Huisvesting
Je hebt voor vuurstaartlabeo’s een aquarium nodig van minstens 100 centimeter. Omdat de dieren onderling veel vechten, kun je er maar beter één tegelijk houden. Als je er andere vissen bij doet, neem dan geen kleine of gevoelige soorten. Vuurstaartlabeo’s zwemmen vooral in de onderste en soms de middelste waterlaag.
Om de watertemperatuur tussen 23 en 27 graden te houden, gebruik je een verwarmingselement en een warmteregelaar (thermostaat). De zuurgraad moet tussen 6,5 en 7,5 liggen. De hardheid van het water moet tussen de 8 en 15 DH zijn. Met een waterfilter houd je het water schoon. Verlichting is ook nodig. Planten zijn belangrijk: ze zorgen voor demping van het licht, ze zijn mooi, zorgen voor schuilplaatsen en helpen de waterkwaliteit goed te houden. Vissen voelen zich niet veilig in een aquarium waar je helemaal doorheen kunt kijken. Neem dus een aquarium met een achterwand en doe er planten in om tussen te schuilen.
Voeding
Vuurstaartlabeo’s zijn alleseters. Ze eten het liefst van de bodem, gebruik dus voer dat naar de bodem zinkt. Je kunt droogvoer geven en af en toe levend voer zoals muggenlarven, watervlooien of tubifex (kleine wormpjes). Diepvriesvoer kan ook, maar dat moet je wel eerst laten ontdooien. De vuurstaartlabeo eet graag algen of sla en eet ook voerresten van andere vissen op. Voer twee of drie keer per dag een klein beetje: geef een portie die de vissen in één tot twee minuten opeten. Als je droogvoer geeft, zet het potje dan niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren!
Verzorging
Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.
NIET…fel licht gebruiken in het aquarium, daar houden de vissen niet van. Met drijfplantjes zorg je voor een wat donkere omgeving en dat vinden ze prettig.
WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voor je ze in het water doet!
NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastig vallen.
WEL… nieuwe planten eerst goed afspoelen om parasieten te voorkomen.