Volwassen wallaby’s kunnen wel zeven meter ver springen.
Een wallabyjong noemen we een ‘joey’.
De eerste wallaby werd in 1629 ontdekt door de Belgische ontdekkingsreiziger Francisco Pelsaert.
Hoe ziet hij eruit?
De wallaby is een kangoeroe, en kangoeroes zijn buideldieren. De vier soorten wallaby's die in Nederland gehouden worden, zijn de Bennett-, de Parma-, de Tammar- en de zandwallaby. De Bennett- en zandwallaby zijn een stuk groter dan de andere twee, ze kunnen wel 80 tot 90 centimeter worden en 27 kilogram wegen. De twee kleinere soorten worden maar 50 tot 70 centimeter en wegen niet meer dan zeven kilo.
Wallaby’s worden tien tot vijftien jaar oud.
Hoe leeft hij?
Wallaby's komen, net als alle kangoeroes, uit Australië. Ze zijn daar vooral te vinden in de buurt van open grasvlaktes. Overdag verschuilen ze zich meestal in de schaduw van de struiken. Ze worden actief als het donker begint te worden. Wallaby's hebben een bijzondere manier van lopen, ze maken grote sprongen met hun sterke achterpoten. De meeste wallabysoorten leven alleen, maar de zandwallaby leeft juist in groepjes. In zo'n groep is het duidelijk wie de baas is, de anderen hebben weinig te vertellen. Als er een nieuwe wallaby in de groep komt, zal dat onrust geven, totdat de plaats van de nieuweling bepaald is.
Voortplanting
Mannetjes zijn iets groter en zwaarder dan vrouwtjes. Ook hebben ze wat meer kleur. Vrouwtjes zijn te herkennen aan de buidel waar ze hun jongen in dragen. Als een wallaby tussen de acht maanden en twee jaar is (dat ligt eraan welke soort wallaby het is), kan hij jongen krijgen. Een maand na de bevruchting wordt een piepklein jong (joey) geboren. Het kale, blinde diertje is nog geen 2 cm groot en weegt ongeveer 1 gram. Direct na de geboorte klimt het naar de buidel waar het zich vastklampt aan een tepel van zijn moeder. Pas na drie tot vijf maanden gaan de ogen en oren open en begint de vacht te groeien. Na vijf tot negen maanden, afhankelijk van de soort, neemt het jong voor het eerst een kijkje buiten de buidel. In het begin komt hij nog vaak terug om te drinken bij zijn moeder. Als hij ongeveer een jaar oud is, kan de jonge wallaby voor zichzelf zorgen.
Bijzonderheden over de wallaby
Wallaby’s zijn geen knuffeldieren. Ze houden er niet van om te worden vastgepakt of geaaid.
Een wallaby die zich bedreigd voelt, kan agressief worden en aanvallen. Een boze wallaby zet zijn borst vooruit en ‘bokst’ met zijn voorpoten in de lucht. Als hij echt aanvalt, steunt hij op zijn staart en gebruikt hij zijn sterke achterpoten om naar voren te trappen. Daarmee kan hij je flink pijn doen.
De meeste wallaby’s zijn bang voor honden. Hun natuurlijke vijand is namelijk de dingo, een hondachtig dier.