Zwaarddragers leggen geen eieren: die komen al uit in het lichaam van het vrouwtje. Ze brengen dus levende jongen ter wereld.
Zwaarddragers worden ook gebruikt voor onderzoek, bijvoorbeeld naar kanker en naar erfelijkheid
Hoe ziet hij eruit?
De zwaarddrager in de natuur is voor het grootste deel groen. De vrouwtjes hebben een wit-gele buik, de mannetjes een rode buik. Bijzonder aan de mannetjes is de lange onderste staartvin, het ‘zwaard’. De vrouwtjes worden zo’n twaalf centimeter lang, de mannetjes blijven wat kleiner. In het aquarium zie je meestal zwaarddrager in gekweekte kleuren: rood, geel-oranje, zwart of gevlekt. Er zijn ook albino’s (helemaal wit met rode ogen). Verder worden ze gekweekt met extra hoge rugvinnen of lange staartvinnen. Zwaarddragers worden drie tot vijf jaar oud.
Hoe leeft hij?
Zwaarddragers komen oorspronkelijk voor in landen als Mexico, Guatemala en Honduras (Zuid-Amerika). Daar leven ze in ondiep zoet water, zoals warme bronnen en vijvers en kanalen met veel waterplanten. Ze eten wormen, insecten en planten zoals algen. Zwaarddragers leven in groepen, waarin heel duidelijk is wie de baas is. Het zijn vriendelijke vissen, alleen kunnen de mannetjes onderling soms flink vechten. Zwaarddragers zijn actieve, snelle zwemmers.
Voortplanting
Zwaarddragers kunnen jongen krijgen als ze een halfjaar (vrouwtjes) tot een jaar (mannetjes) oud zijn. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes en hebben een ‘zwaard’ als onderste staartvin. Als het mannetje wil paren, slooft hij zich uit voor het vrouwtje: hij trekt zijn zwaard krom en zwemt zelfs achteruit! Na de paring duurt het ongeveer een maand tot de jongen worden geboren. Zwangere vrouwtjes herken je aan een donkere vlek op hun achterlijf. Het vrouwtje krijgt per keer tien tot 70 jongen. De jonge zwaarddragers zorgen voor zichzelf maar om te voorkomen dat ze worden opgegeten, moeten ze wel tussen de planten kunnen schuilen.
Bijzonderheden over de zwaarddrager
Zwaarddragers kunnen flink springen. Kies dus een aquarium met een dekplaat, zodat ze er niet uit kunnen springen.
Vrouwtjeszwaarddragers kunnen soms in een mannetje veranderen. Maar jonge mannetjes lijken ook op vrouwtjes omdat ze nog geen zwaard hebben.