De kousenbandslang ruikt niet alleen met zijn neus maar ook met een orgaan dat bestaat uit putjes in het dak van zijn bek. Met zijn tong duwt hij geurdeeltjes naar dit orgaan toe. Ook ‘voelt’ hij met zijn bovenlip de warmte van prooien.
Om zich te verdedigen tegen een aanvaller kan een kousenbandslang plots een heel vieze geur afgeven.
Kousenbandslangen kunnen weken of maanden zonder eten, bijvoorbeeld in de laatste tijd van de zwangerschap en tijdens de winterrust. Vraag de dierenarts om raad als je het niet vertrouwt.
Hoe ziet hij eruit?
De kousenbandslang dankt zijn naam aan de strepen over de lengte van zijn lichaam. Soms heeft hij er drie, soms maar een of twee, soms helemaal geen. De kleur van de strepen kan wit, geel, rood, oranje, bruin en zelfs groen of blauw zijn. De ondergrond kan fel geel, grijs, donkerbruin of diepzwart zijn, met daarin vaak stippen en vlekken. Hij heeft grote ogen met een ronde pupil. Er zijn bijna dertig verschillende soorten kousenbandslangen, die heel veel op elkaar lijken. De soorten die goed in het terrarium kunnen worden gehouden zijn niet langer dan een meter. De dieren worden gemiddeld zes jaar oud.
Hoe leeft hij?
Kousenbandslangen komen voor in Noord- en Midden-Amerika, van de oost- tot de westkust en van Costa Rica tot Canada en zelfs het zuiden van Alaska. Ze leven in moerassen, op berghellingen, in kustgebieden, langs afvoerkanaaltjes, in natte en droge gebieden, maar meestal wel in de buurt van water. De slang eet bijna alle soorten dieren die hij tegenkomt en aankan. Hij grijpt de prooi met zijn bek, verlamt deze met gif dat in zijn speeksel zit en werkt het dier met kauwende bewegingen in zijn geheel naar binnen. Kousenbandslangen zijn overdag actief en gaan in de vroege ochtend, namiddag en vroege avond rond op zoek naar voedsel. Ze hebben goede ogen, bovendien voelen ze trillingen en de warmte van hun prooi en ze kunnen heel goed ruiken.
De dieren overwinteren in grote groepen (soms wel duizenden dieren) in holen in de grond als voorbereiding op de paartijd. Tijdens de winterrust, in de paartijd en als de jongen geboren worden, leven kousenbandslangen in grote groepen op een klein oppervlak. In de zomer leven ze verspreid over een veel groter gebied.
Voortplanting
Kousenbandslangen kunnen jongen krijgen als ze ongeveer twee jaar zijn. Mannetjes zijn wat korter dan vrouwtjes en hebben een bredere staart. Na de winterrust begint in het voorjaar de paartijd. De dieren paren tweemaal per jaar. Na de paring is het vrouwtje gemiddeld 60 tot 90 dagen ‘in verwachting’. Het vrouwtje kan het zaad van het mannetje ook bewaren, tot soms wel drie jaar later, en dan pas jongen ter wereld brengen. Kousenbandslangen zijn ‘eierlevendbarend’. Dat wil zeggen dat de jongen in het lichaam van de moeder groeien en geboren worden in een ei zonder kalkschaal. Zodra de eieren zijn gelegd, doorbreken de jongen (het zijn er 5 tot 35) het eivlies. Ze zoeken meteen beschutting onder stukken schors, stenen of bladeren. De jongen vervellen binnen één tot drie uur na de geboorte en eten hun eerste maaltijd een tot twee dagen later. Pasgeboren slangen zijn 10 tot 25 centimeter lang, dat ligt aan de soort slang.
Bijzonderheden over de kousenbandslang
Koop het liefst een gekweekt dier. Dieren die uit het wild zijn gevangen, hebben vaak parasieten en ziektes bij zich en zijn erg gevoelig voor stress. Ook zijn ze moeilijker ‘tam’ te maken.
Niet elke dierenarts kan een kousenbandslang behandelen. Ga tijdig op zoek naar een specialist en wacht niet tot het dier iets mankeert.
De gifstof in het speeksel van de kousenbandslang is niet gevaarlijk voor mensen.
Kousenbandslangen houden 2 tot 3 maanden winterrust. Help ze daarbij door de verwarming en het aantal uren licht per dag langzaam terug te draaien. Ook voer je ze niet meer tot vlak na het einde van de winterrust. Zet de slang op een koele plek (onder 10 graden). Vraag eerst advies en hulp aan iemand met ervaring!