Kat

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je moet wel zorgen dat je genoeg over katten weet om er goed voor te kunnen zorgen. Natuurlijk heb je bij de verzorging van een kat altijd de hulp van je ouders nodig. Bij het asiel of een raskattenvereniging kunnen ze je alles vertellen over het zorgen voor een kat. Heel jonge kinderen moet je niet met katten alleen laten. Ze kunnen er te ruw mee omgaan en de kat pijn doen.

Leuke weetjes

In Nederland leven ongeveer 2,7 miljoen katten!

Als een kat zich lekker bij je voelt, gaat hij 'treden': zachtjes trappen met z'n pootjes op je dijbeen en af en toe z'n nagels strekken... Dit komt uit de tijd dat hij nog een kitten was: zuigende kittens ‘treden’ op de moederborst om zo de melk te laten komen.

Iedereen denkt dat katten bang zijn voor water, maar dat is niet waar. Katten kunnen geweldig goed zwemmen. Ze houden niet van natte voeten, maar als het moet gaan ze heus het water in.

Een kat kan heel goed horen en zien. Omdat zijn belangrijkste prooi, de muis, bijna alleen maar tevoorschijn komt als het schemert, kan de kat het beste zien in het halfdonker. Is het pikdonder dan gaat hij ‘luisteren’ met zijn ogen: geluid wordt dan ook via z’n pupillen (de zwarte rondjes in je ogen) opgepikt.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Er zijn meer dan veertig kattenrassen: groot, klein, langharig of kortharig, met heel veel verschillende kleuren vacht en allemaal met een eigen karakter. Bekende rassen zijn de Pers en de Siamees. In Nederland staan veel katten bekend onder de naam “Europese Korthaar”. Dat is weliswaar een echt ras, maar deze naam wordt ook vaak gebruikt voor rasloze kortharige katten. Katten kunnen goed zien (behalve als iets heel dichtbij is) en ze kunnen heel goed horen. Een kat wordt ongeveer vijftien tot twintig jaar oud.

Hoe leeft hij?

Mensen houden al duizenden jaren katten. Vroeger was dat vooral om het huis vrij te houden van ratten en muizen. Tegenwoordig houden we katten vooral voor de gezelligheid. In het wild jagen katten op kleine dieren, zoals muizen, en eten zodoende meerdere keren per dag. Daarom hebben huiskatten ook het liefst meerdere keren per dag een klein hapje. In het wild leven katten niet in groepen, maar in huis kunnen ze wel leren met andere dieren te leven. Katten laten graag aan andere katten weten wat hun leefgebied (territorium) is. Ze doen dat door in dat gebied overal hun geur achter te laten: ze plassen en poepen, maar ze geven ook kopjes, krabben en wrijven met hun staart tegen ‘hun’ dingen aan om hun geur achter te laten. Andere katten weten dan: ‘Hier is een ander de baas.’

Voortplanting

Als katten in de stemming zijn om te vrijen, noemen we dat ‘krols’: katers maken dan klagelijke geluiden, vechten met elkaar en laten overal hun geur achter voor krolse vrouwtjes. Ongeveer 64 dagen na de bevruchting krijgt de poes 2 tot 6 kittens. Als de kitten meer dan zeven weken oud is, mag hij bij zijn moeder weg, maar het is beter om hem nog een paar weken langer bij zijn moeder te laten. Zo kan de moederpoes haar jongen goed opvoeden.

De eerste drie maanden uit het leven van een kat zijn heel belangrijk. In deze periode leert hij dingen die hij zich later altijd nog zal herinneren, zoals zindelijkheid en omgaan met andere dieren en mensen. Dit heet socialisatie. Als een kat zeven tot acht maanden oud is, is hij volwassen. Poezen zijn eerder volwassen dan katers.

Bijzonderheden over de kat

Katten hebben afleiding nodig. Geef bijvoorbeeld speeltjes en een klimpaal en speel liefst elke dag even met je kat. Een kat scherpt regelmatig z’n nagels. Zorg daarom voor een krabpaal.

Elk jaar komen er meer dan 45.000 katten in asielen terecht. Neem dus ook eens een kijkje in het asiel als je een kat wilt nemen.

Het is een misverstand dat katten melk moeten drinken. Melk is juist helemaal niet gezond voor ze!

Als je gaat verhuizen, denk er dan om dat je kat aan een nieuw huis moet wennen. Vaak zijn ze in het begin schrikachtig. Houd dus de ramen en deuren goed dicht en houd de kat de eerste maand binnen om te voorkomen dat hij wegloopt.

Verzorging

Huisvesting

Een kat is een huisgenoot, dus woont hij gewoon bij jou in huis. Katten vinden het leuk om de boel te verkennen, dus zorg ervoor dat de kat lekker door het huis kan lopen. Zet de kattenbak op een vaste, rustige plek waar de kat goed bij kan. Zorg ervoor dat hij weet waar de bak staat en maak deze elke dag schoon. Zet eet- en drinkbakjes niet vlakbij de kattenbak, want katten poepen en plassen liever niet in de buurt van hun eten. Zet het drink- en eetbakje ook liever niet naast elkaar, want katten drinken graag op een andere plek dan dat ze eten. Katten willen vaak ook graag naar buiten. Het veiligste is dan om je tuin zo te maken dat de kat er niet uit kan, want zeker als er veel verkeer is kan dat gevaarlijk zijn voor je kat.

Voeding

Katten zijn vleeseters en hebben dus dierlijke voeding nodig. Compleet kattenvoer bevat alle voedingsstoffen die de kat nodig heeft. Je kunt kiezen uit brokjes, blikjes, kuipjes, vers of diepvriesvoer. Een enkele keer eet de kat ook wel gras of planten. Het liefst eet hij twee of meer keren per dag een klein beetje. Om te voorkomen dat je kat te dik wordt, kun je hem af en toe wegen en zijn voeding aanpassen als hij te zwaar wordt. Zorg dat er altijd fris water is.

Let op: gewone melk is niet gezond voor katten: ze krijgen er diarree van. Wel kun je speciale kattenmelk geven.

Verzorging

Katten verzorgen hun eigen vacht door die regelmatig te likken. Toch is kammen en borstelen ook belangrijk. De meeste katten worden graag één tot twee keer per week geborsteld, langharige katten liever wat vaker. Als je je kat borstelt, kun je meteen z’n oren controleren. Vieze oortjes kun je heel voorzichtig schoonmaken met een watje en speciaal schoonmaakmiddel. Gebruik nooit wattenstaafjes!

Het is verstandig om dagelijks de tanden van je kat te poetsen. Als je hem harde brokjes te eten geeft, houdt hij zijn tanden op die manier schoon. Vaak heeft een kat een eigen ligplek in huis, bijvoorbeeld een mandje. Het materiaal hierin moet gemakkelijk schoon te maken zijn, net zoals z’n voer- en drinkbak. Een kat moet regelmatig behandeld worden tegen vlooien en wormen. Als je denkt dat er iets aan de hand is, kun je het beste naar de dierenarts gaan.

Wat wel en wat niet!

NIET… plotseling heftige bewegingen maken of de kat pijn doen bij het spelen: een geschrokken kat kan flink krabben en bijten!

WEL … altijd je handen wassen als je met de kat hebt gespeeld. Katten kunnen ziektes dragen die mensen ook kunnen krijgen.

NIET… vergeten om de kattenbak elke dag schoon te maken. Anders gaat de kat z’n behoefte op andere plekken in huis doen…

WEL … je kat laten chippen en registreren zodat hij teruggebracht kan worden als hij wegloopt of verdwaalt. De dierenarts kan je hierbij helpen.