De tanden en kiezen van konijnen groeien altijd door en kunnen in een week wel twee millimeter langer worden! Daarom moeten konijnen elke dag ruwvoer (gras, hooi en stro) eten. Daar slijten hun tanden van.
Konijnen eten een deel van hun nachtpoep gelijk weer op, de zogenaamde blindedarmkeutels. In deze poep zitten voedingsstoffen die een konijn nodig heeft, dus laat ze maar eten.
Konijnen kunnen prima buiten leven. Als ze buiten gewend zijn, krijgen ze 's winters een warme dikke vacht. Zorg dat ze zich kunnen ingraven in een dikke laag stro.
Hoe ziet hij eruit?
Wilde konijnen zijn meestal grijsbruin van kleur. Tamme konijnen zijn er in alle soorten en maten en met verschillende kleuren en vachten. Er zijn wel vijftig verschillende rassen. Kleine rassen, zoals de Nederlandse kleurdwerg of de hangoordwerg, wegen vanaf ongeveer één kilo. Een Vlaamse reus kan echter wel acht kilo wegen! Vaak zijn kleine konijnen wat feller en schrikachtiger dan hun grote neven en nichten. Een konijn dat als huisdier wordt gehouden kan ongeveer acht jaar oud worden als je goed voor hem zorgt.
Hoe leeft hij?
In de vrije natuur leven konijnen in grote groepen samen. Ze huizen boven en onder de grond in holen en gangen. De groepen waarin de konijnen leven, bestaan uit ongeveer twintig volwassen dieren en hun jongen. Het wilde konijn eet verschillende soorten planten, zoals grassen en akkergewassen. Konijnen zijn groepsdieren dus ze leven niet graag alleen. Houd daarom minstens twee konijnen samen in een flink groot hok. Stop dan niet twee mannetjes bij elkaar, want die gaan meestal vechten. Een mannetje en een vrouwtje kan wel, maar dan moet je in ieder geval het mannetje laten castreren. Anders heb je gauw een hok vol jonge konijnen! Je kunt behalve het mannetje ook nog het vrouwtje laten castreren. Dat heeft nog een extra voordeel: een ongecastreerd vrouwtje heeft namelijk op latere leeftijd grote kans op baarmoederkanker.
Twee vrouwtjes of twee gecastreerde mannetjes bij elkaar kan goed gaan, maar soms gaan ze toch vechten. Het gaat het beste als ze als jonge konijntjes bij elkaar worden gezet, veel ruimte hebben en als je ze laat castreren. Als je twee konijnen die elkaar niet kennen bij elkaar wilt zetten, moet je ze eerst goed aan elkaar laten wennen, anders kunnen ze flink vechten en elkaar verwonden. Dat doe je buiten het hok en je moet er altijd bij blijven. Vraag je ouders om te helpen. Pas als ze elkaar een aantal keer hebben ontmoet en ze zijn lief tegen elkaar, kun je ze samen in een groot hok doen.
Voortplanting
Vrouwtjeskonijnen, ook wel voedsters of moeren genoemd, kunnen jongen krijgen als ze drie tot vijf maanden oud zijn. Ongeveer dertig dagen na de bevruchting worden de jongen geboren. Een nest bestaat vaak uit drie tot acht jongen. Ze worden kaal en blind geboren. Na drie weken gaan ze een beetje rondscharrelen. Jonge konijntjes kunnen het beste ongeveer zeven weken op hun geboorteplek blijven. Voedsters kunnen direct nadat ze jonge konijntjes hebben gekregen, weer in verwachting raken.
Bijzonderheden over het konijn
Konijnen zijn groepsdieren en worden erg ongelukkig in hun eentje. Neem het liefst dus twee konijnen.
Konijnen vinden het fijn om geaaid te worden, maar worden niet altijd graag opgetild. Aaien is dus prima, maar om te knuffelen kun je het beste bij je konijn op de grond gaan zitten.
Konijnen kunnen bijten als ze bang of boos zijn, maar ze kunnen met hun achterpoten ook flink krabben. Pak ze daarom voorzichtig op.
Konijnen die ’s winters buiten leven, moet je niet steeds in huis halen: het temperatuurverschil kan ze ziek maken.