Huisvesting
Degoes kun je het beste houden in een grote glazen bak van minstens 100 x 50 x 50 centimeter. Geen bakken van kunststof of hout, die knagen ze kapot. Doe er een deksel op van stevig gaas, zodat ze niet kunnen ontsnappen. Een metalen kooi kan ook en heeft als voordeel dat er een opening aan de zijkant zit en je de degoes kunt pakken zonder ze te laten schrikken. Je hebt dan wel kans dat de degoes bij het graven bodembedekking uit de kooi gooien, en je moet oppassen dat het niet tocht. Zet de kooi niet in de felle zon!
Gebruik op de bodem een dikke laag stofvrije houtkrullen of hooi. Degoes poepen en plassen altijd in hetzelfde hoekje, gebruik op die plek kattenbakkorrels maar kies wel korrels die géén klompje vormen als ze nat worden. Degoes houden van klimmen en klauteren. Zorg daarom voor takken, stenen, bloempotten en plankjes waar ze op, onder of doorheen kunnen klauteren. In de kooi kun je een (zwaar) voerbakje zetten en aan de kooi kun je een glazen drinkflesje vastmaken. Degoes moeten twee keer per week een zandbad nemen om hun vacht te wassen. Als ‘bad’ kun je een zware stenen bak nemen en vullen met chinchillazand, te koop bij de dierenspeciaalzaak.
Degoes moeten af en toe weg kunnen kruipen, geef ze daarvoor een nestkastje. Leg ook nestmateriaal in de kooi, zoals toiletpapier, papieren zakdoekjes, toiletrolletjes, kartonnen verpakkingen of takjes.
Voeding
Degoes zijn echte knagers en moeten hun tanden veel gebruiken. Doen ze dat niet, dan groeien de tanden te ver door. Laat ze dus veel knagen, bijvoorbeeld op wilgenhout en takjes van fruitbomen. Van nature eten degoes gras, zaden en dorre plantendelen. Er is speciaal voer voor degoes, geef ze daar per dier twee theelepels per dag van. Als je dat niet kunt vinden, kun je ook chinchillavoer geven of een mengsel van chinchillavoer en caviavoer. Zorg daarnaast dat er altijd voldoende hooi is. Dan krijgen de degoes voldoende vezels binnen en slijten ze hun tanden goed af. Vettig voer, zoals zonnebloempitten en pinda’s, is niet geschikt. Degoes zijn dol op fruit en groenten, maar daar krijgen ze darmproblemen van. Geef liever als extraatje wat crackers of een stukje gedroogde boterham. Zorg dat er altijd vers drinkwater is, geef dat in een glazen flesje, want plastic flesjes knagen ze kapot.
Verzorging
Controleer regelmatig of nagels van je degoes niet te lang worden, of de tanden niet langs elkaar gaan groeien en of ze goed eten. Als ze slecht eten kunnen ze last van hun kiezen hebben, ga dan naar de dierenarts. Maak het hok zeker één keer per week helemaal schoon en vervang de bodembedekking. Gebruik een beetje chloor of soda. Geef ze elke dag schoon water en maak het flesje regelmatig schoon om schimmel te voorkomen. Was ook het voerbakje regelmatig. Het zand kun je schoonhouden door het dagelijks te zeven en wekelijks te verversen. Een gezonde degoe kijkt helder uit zijn ogen, heeft een gladde, schone en zachte vacht en is levenslustig. Zijn achterste is droog en schoon. Als hij niet eet of rare ontlasting heeft, moet je direct de dierenarts inschakelen.
NIET… een degoe optillen aan zijn staart. Daardoor kan het vel loslaten en dan sterft de staart af en groeit niet meer aan. Pak hem liever op door hem met twee handen ‘op te scheppen’. Jonge dieren kunnen schrikken en van je hand afspringen.
WEL … alleen vrouwtjes samen houden, die kunnen het meestal goed met elkaar vinden.
NIET… suikerhoudende of al te vette voeding geven. Daar kan de degoe niet tegen. En van knaag- en likstenen kan hij blaasstenen krijgen, geef die dus ook niet.
WEL … altijd vers hooi geven, dat is goed voor hun gebit en voor hun darmen.