Je huisdier laten inslapen (euthanasie)

Een huisdier hebben is leuk. Maar als een huisdier doodgaat, is dat natuurlijk helemaal niet leuk. Toch gebeurt het vroeg of laat. Meestal gaan dieren op een natuurlijke manier dood. Gewoon omdat ze oud zijn en hun tijd gekomen is. Maar soms worden dieren zo ziek en ellendig, dat het beter is ze niet te laten lijden en op een zachte manier een eind aan hun leven te maken. We laten ze inslapen bij de dierenarts. Met een duur woord heet dat ‘euthanaseren’.

Wat is euthanasie?

Euthanasie betekent meestal dat op verzoek van het baasje een eind aan het leven van een dier wordt gemaakt. Niet zomaar, maar omdat het dier zo veel pijn heeft of zo ziek is, dat verder leven alleen maar lijden betekent. Inslapen gaat pijnloos, snel en eenvoudig.

Wanneer euthanasie?

Laten inslapen doen we als een dier geen dierwaardig leven meer kan leiden. Bijvoorbeeld omdat het niet meer eet of beweegt, of omdat het niet meer reageert op andere dieren en mensen. Of omdat het dier zichzelf niet meer verzorgt of heel erge pijn heeft die niet meer over gaat.

Het baasje moet beslissen of inslapen de beste oplossing is. Soms moet hij daar een poosje over nadenken. Hij moet er wel alles aan doen om te zorgen dat zijn dier zo weinig mogelijk lijdt. Je hond of kat gewoon maar laten liggen zonder iets te doen, is strafbaar!

Wie doet het inslapen en waar?

Laten inslapen gebeurt bij de dierenarts. Veel mensen vinden het prettig als de dierenarts hun dier bij hen thuis laat inslapen. Als het even kan, doet de dierenarts dat wel. Kun je hem niet overhalen om naar je huis te komen, dan moet je naar hem toe. Want je bent verplicht te zorgen dat je dier niet onnodig lijdt.

Hoe gaat euthanasie?

Als het laten inslapen bij de dierenarts gebeurt, kiest die een rustig moment uit. Dan kan hij voldoende tijd nemen voor het baasje en zijn gezin. Die hoeven dan bijvoorbeeld ook niet (lang) in de wachtkamer te zitten. Let op: baas en gezin mogen van de dierenarts altijd bij het inslapen aanwezig zijn. Het is slim om van te voren met je ouders te overleggen of jij er bij wilt zijn. Misschien heb je zelf liever dat je er niet bij bent, dan hoeft dat natuurlijk niet.

Vaak krijgt het dier eerst een prik om het rustig te maken. Als het dier goed verdoofd is en zo’n beetje slaapt, geeft de dierenarts een kwartiertje later een prik met te veel slaapmiddel. Hierdoor stopt de ademhaling en even later ook het hart, en is het dier overleden.

Hoe zie je dat je dier dood is?

De dierenarts zal altijd erg goed controleren of een dier echt dood is, maar misschien wil je dat zelf ook voelen. Een dier is dood als het niet meer beweegt, niet meer ademt en als het hart niet meer klopt. Dat kun je voelen door je hand op de borstkas te leggen (bij honden en katten vlak achter de voorpoot). Je voelt het hart dan niet meer kloppen. En als je met je vinger het ooglid of het oog aanraakt, zal een levend dier nog knipperen. Is het dier dood, dan gebeurt dit niet meer.

Een aandenken?

Als je huisdier overleden is, dan wil je misschien een aandenken hebben. Dit kan bijvoorbeeld het halsbandje zijn dat je dier altijd droeg. Ook kun je vragen of je een plukje haren van je dier mag hebben. Dat kun je later misschien in een plakboek plakken. Het is belangrijk om dat op tijd tegen je ouders en tegen de dierenarts te zeggen, zodat het niet vergeten wordt.

Je huisdier verliezen is erg

Het is erg als je huisdier doodgaat. Vaak is het een maatje waar je tegen kunt praten en die je kunt knuffelen, en die ben je nu kwijt. Het is dan ook helemaal niet gek dat je verdrietig bent en huilt, het is juist goed. Ook mag je best boos zijn over dit verlies. Praat erover met je ouders, maak een tekening, maak een plakboek over je dier of lees er een boek over.  

Wat doe je met je dode dier?

Net als bij mensen kun je je huisdier laten begraven op een dierenbegraafplaats, of laten cremeren (verbranden). Dit kun je heel mooi laten doen bij een dierenuitvaartcentrum. Je kunt je dier ook achterlaten bij de dierenarts, die dan zorgt dat het naar de ‘destructie’ gaat – het wordt dan samen met andere dieren verbrand in een grote verbrandingsoven.

Paarden en hobbydieren

Paarden mogen niet begraven worden, ook niet op een dierenbegraafplaats; destructie en crematie zijn wel mogelijk. Hobbydieren zoals varkens, schapen of geiten mogen alleen naar de destructie. De dieren worden met een speciale vrachtwagen opgehaald. Je hoeft niet zelf alle kosten te betalen, de gemeente betaalt dan ook een deel.

In de tuin begraven

Vaak mag je je dier begraven in je eigen tuin. Of dat mag, hangt af van de ruimte die er is en of de tuin van jezelf is. Bij een huurhuis mag het dus niet zomaar. Het is het beste om het even bij de gemeente te vragen. Een dier in de vuilnisbak of biobak gooien is verboden!

Als je je dier in de tuin begraaft, moet dat minstens 1 meter diep. Doe het dier in papier of in een kartonnen doos. Niet in een plastic zak; dat is niet goed voor het milieu. Door op het graf een plant, struik of tegel te plaatsen, maak je het herkenbaar en heb je een plek om zo af en toe aan je dier te denken.

Een nieuw huisdier?

Als je een nieuw huisdier wilt, kun je beter even wachten en rustig de tijd nemen om na te denken. Een nieuw dier kan nooit het oude vervangen. Je kunt natuurlijk wel weer een mooie band krijgen met een nieuw dier, maar dat wordt toch weer anders dan met je overleden dier. Met een nieuw dier duw je het verdriet om je overleden dier niet weg, dus daarvoor moet je het niet doen!

Als je twee dieren had, waarvan er één is overleden, is het soms wel beter om zo snel mogelijk een nieuw maatje voor het overgebleven dier te zoeken, omdat deze anders eenzaam kan worden. Dat ligt wel heel erg aan het soort dier.