Sluiten

vissengroep Harnasmeervallen

Zijn dit huisdieren voor jou?

Sommige soorten harnasmeervallen zijn makkelijk te houden, maar je moet natuurlijk wel weten hoe je een aquarium opzet, inricht en onderhoudt. En natuurlijk moet je weten of het vissen zijn die bij jou passen.

Leuke weetjes

Harnasmeervallen ademen niet alleen door hun kieuwen, maar ook door hun darmen. Daardoor kunnen ze ook leven in modderig water met weinig zuurstof.

Er zijn wel meer dan duizend soorten harnasmeervallen!

Bij veel harnasmeervallen heeft het gekleurde deel van hun ogen (de iris) een bijzondere vorm. Normaal is die rond, bij deze vissen is het een halve cirkel.

Maak kennis met harnasmeervallen

Hoe zien ze eruit?

Harnasmeervallen vind je in allerlei kleuren, soorten en maten. Ze hebben geen schubben (zoals de meeste vissen) maar aan elke kant van hun lijf twee rijen harde platen die hun lijf beschermen. Ze zijn plat van onderen, omdat ze op de bodem leven. Hun rug- en borstvinnen hebben stevige stekels. Hun mondhoeken wijzen omlaag en veel soorten hebben bij hun bek draden waarmee ze kunnen voelen. Sommige harnasmeervallen hebben ‘odontoden’ op hun lijf: dit zijn scherpe uitsteeksels. Harnasmeervallen worden enkele centimeters tot wel een meter lang!

Hoe leven zij?

Harnasmeervallen leven in Midden- en Zuid-Amerika. Daar vind je ze in stromende riviertjes, maar ook in modderpoelen met stilstaand water. Ze kunnen zich dus heel goed aanpassen. De meeste harnasmeervallen zwemmen vooral op de bodem, waar ze hun eten zoeken. Met hun schijfvormige mond zuigen ze zich vast op de bodem of op rotsen en hout, bijvoorbeeld in stromend water. Er zijn ook soorten die op de bladeren van waterplanten leven. Veel harnasmeervallen leven in hun eentje, andere soorten leven in scholen (groepen). Ze zijn vooral ’s avonds en ‘s nachts actief, maar in het aquarium zie je dat sommige soorten ook overdag actief zijn.

Voortplanting

De verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes zijn niet bij alle soorten even duidelijk. Bij sommige soorten hebben de mannetjes een soort borstelige uitsteeksels aan hun bek: dat lijkt soms wel een snor! Bij de soorten met odontoden hebben de mannetjes vaak meer en grotere odontoden dan vrouwtjes. Soms is bij het mannetje de borstvin dikker dan bij het vrouwtje.
Sommige harnasmeervallen leggen hun eitjes op rotsen, bladeren of tegen de ruit van het aquarium. Weer andere soorten leggen hun eitjes in een schuilplaats. Het vrouwtje kiest de plek, die ze van tevoren goed schoonmaakt. Ze legt in één keer ongeveer 30 bevruchte eieren en herhaalt dat meerdere keren. De eitjes komen na 4 tot 20 dagen uit (dat hangt af van de soort). De jonge visjes leven de eerste dagen van het eitje, daarna gaan ze zelf eten zoeken. De mannetjes bewaken de eieren en houden ze schoon, en soms bewaken ze ook de jonge, net uitgekomen visjes. Ze vallen elke vis aan die te dicht in de buurt komt. Bij sommige soorten draagt het mannetje de eieren, en later de jonge visjes, mee aan een uitgroeisel van zijn onderlip. De vrouwtjes bemoeien zich niet meer met de eitjes of de jonge visjes.

Bijzonderheden over harnasmeervallen

Pasgeboren harnasmeervallen groeien vrij langzaam en kunnen makkelijk worden opgegeten door andere vissen in het aquarium.

Harnasmeervallen eten voedselresten van de bodem, maar dat betekent niet dat je ze niet hoeft te voeren!

Harnasmeervallen houden meestal niet van fel licht!


Verzorging

Huisvesting

Voor de kleine soorten tot 15 centimeter heb je een aquarium nodig van 60 tot 100 centimeter. Voor de soorten die groter worden dan 30 centimeter, is een bak van 2 tot 3 meter nodig. Zorg voor een deksel, want harnasmeervallen kunnen springen! De watertemperatuur moet tussen 23 en 26 graden liggen. Zorg dat de zuurgraad (pH) van het water ligt tussen 6 en 7,5. Veel harnasmeervallen leven in stromend, helder water met veel zuurstof. Zorg dat ze dat in het aquarium ook hebben. 
Kies op de bodem zacht zand of kleine ronde kiezeltjes. De bodem mag niet scherp zijn omdat de vissen er in woelen en zich kunnen bezeren. Ook moet er hout in het aquarium staan, waar de vissen aan kunnen sabbelen en waar ze zich in kunnen verstoppen. Planten zijn voor veel soorten niet zo handig, omdat de meeste harnasmeervallen ze opeten of loswoelen, maar sommige soorten hebben wel graag planten. Vraag hierover advies in de dierenwinkel.

Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een aquarium komt heel wat kijken. In het "Handig"-verhaal Het tropisch zoetwateraquarium lees je precies hoe je dat doet.

Voeding

Harnasmeervallen eten alles: planten, diertjes, en sommige zelfs hout! Je kunt ze tabletvoer geven dat langzaam uit elkaar valt. Daarnaast vinden ze dierlijk, diepvries of levend voer lekker, zoals Tubifex (piepkleine wormpjes), watervlooien, pekelkreeftjes, muggenlarven, garnaaltjes of wormen. Vraag in de dierenwinkel wat voor jouw soort het beste is. Net als bij mensen geldt dat het gezond is om gevarieerd te eten, dus niet steeds hetzelfde. Harnasmeervallen eten de hele dag door kleine beetjes. Geef ze dus vaker per dag een klein beetje. Let ook op dat de vissen voldoende voer binnenkrijgen en dat het voer niet door andere vissen wordt opgegeten. En geef ze niet teveel!

Verzorging

Om je vissen gezond te houden is het erg belangrijk om te zorgen voor goede waterkwaliteit en goede voeding. Kijk elke dag even of de vissen nog gezond zijn en of ze vrolijk rondzwemmen. Zieke vissen hebben een lelijke huid, of zwemmen schommelend of scheef. Neem meteen de watertemperatuur op.
Haal plant- en voerresten uit het water met een speciale zuiger of een schepnetje.
Blijft er vaker voer in het water achter, geef dan wat minder. Maak het filter regelmatig schoon. Ververs elke twee weken ongeveer een derde van het water. Het verse water moet wel op de goede temperatuur zijn. Het is belangrijk om de waterkwaliteit goed te controleren. In de dierenwinkel kun je spullen kopen waarmee je kunt testen of de zuurgraad goed is en of er geen verkeerde stoffen in het water zitten.
Af en toe moet het glas van het aquarium worden schoongemaakt met een krabber of een pluk filterwatten. Reserveer een emmer en een netje dat je uitsluitend voor het aquarium gebruikt en niet voor andere werkjes in huis

Wat doe je wel en wat doe je niet?

NIET… vergeten om schuilplaatsen in je aquarium te maken voor de harnasmeervallen.

WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden.

NIET… nieuw gekochte vissen meteen bij de andere vissen zetten. Laat ze langzaam wennen aan hun nieuwe water in een aparte aquariumbak.

WEL… oppassen voor de stekels in de vinnen van de vissen als je ze vervoert: een visnetje, plastic zak of je huid kan erdoor beschadigen.

NIET… de vissen onnodig verstoren of laten schrikken. Laat ze zo veel mogelijk met rust en verzorg ze op vaste tijden.

WEL… voer geven dat naar de bodem zinkt, omdat harnasmeervallen op de bodem leven.