Sluiten

Groene wateragame

Is dit een huisdier voor jou?

Nee, groene wateragamen zijn niet zo geschikt voor kinderen. Groene wateragamen vragen veel aandacht en het zijn nerveuze dieren. Wie er een wil hebben, moet al ervaring hebben met reptielen. Denk er ook om dat ze groot kunnen worden, wel 90 centimeter lang!

Leuke weetjes

De groene wateragame heeft een derde ‘oog’ bovenop z’n kop. Daarmee kan hij geen beelden zien, maar wel verschillen tussen donker en licht. Zo kan hij aanvallen van bovenaf zien aankomen, maar ook aanvoelen dat hij een betere plek om te zonnen moet zoeken.

De wateragame kan net als een mens rechtop lopen en rennen. Met zijn staart bewaart hij zijn evenwicht.

De eieren die een vrouwtje heeft gelegd worden tijdens het uitbroeden 30 procent groter. Ze ‘groeien’ dus.

Agamen lijken soms op leguanen, maar bij agamen staan de tanden op de kaak en bij leguanen ernaast.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De groene wateragame heeft een grote, driehoekige kop met een stompe snuit. Daaronder heeft hij een kleine keelzak en op zijn rug en staart zit een kam. Hij wordt 20 tot 25 centimeter lang, met zijn staart erbij is dat wel tot 90 centimeter. Hij is licht- of donkergroen met donkere strepen op de staart. Op zijn zij heeft hij drie of vier lichtere strepen en van de ogen tot de nek lopen zwarte strepen. Zijn tong is dik en breed en heeft aan het uiteinde een klein vorkje. Het oppervlak ervan is plakkerig, zodat hij prooien makkelijker kan vasthouden. Er zijn meer dan 300 soorten agamen. Groene wateragamen worden tien tot twintig jaar oud.

Hoe leeft hij?

Groene wateragamen zijn boombewoners en leven in regenwouden in Zuid-Oost Azië: Thailand, Vietnam, Cambodja en Zuid-China. Ze leven daar in groepen, waarin één mannetje de baas is. Hij zal andere mannetjes meteen aanvallen en wegjagen. De groene wateragame is overdag actief en is dan meestal te vinden op takken van bomen en struiken langs de oevers van stilstaand water. Wateragamen zijn uitstekende zwemmers en als ze ergens van schrikken, laten ze zich in het water vallen. Ze gebruiken het water ook om erin te poepen maar ook om zich te wassen. Groene wateragamen ‘praten’ met elkaar door met hun kop te knikken en te zwaaien met hun voorpoten.

Voortplanting

Groene wateragamen kunnen jongen krijgen als ze twee tot drie jaar oud zijn. Het mannetje is groter dan het vrouwtje en heeft een grotere kam op zijn rug, nek en staart. Ook heeft hij een dikkere staartwortel en een grotere keelzak, en kan hij een speciale geur afgeven. Zijn buik is vaak meer oranjegeel dan die van het vrouwtje, die eerder lichtgeel is. Het mannetje lokt het vrouwtje door steeds te knikken. Bij de paring bijt hij het vrouwtje in de hals. De paring gebeurt meestal in de winter. In maart/april legt het vrouwtje zes tot zeventien witte eitjes in een gat van 10 tot 25 centimeter diep in vochtige, losse grond. De eieren hebben een temperatuur nodig van 27 tot 32 graden en een luchtvochtigheid van 80 tot 100%. Pasgeboren jongen zijn 14 centimeter lang, de staart meegerekend. Na zes maanden zijn de mannetjes iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes en laten ook zien dat ze de baas willen zijn in een gebied.

Bijzonderheden over de groene wateragame

Groene wateragamen kunnen erg schuw zijn. Ze gedragen zich soms onstuimig, ze kunnen vechten en rennen dan door het terrarium. Het zijn geen knuffeldieren! Ze zijn nerveus en kunnen bijten of hard met hun staart slaan!

Groene wateragamen worden ook wel Chinese wateragamen genoemd.

De groene wateragame kan een tijdje onder water blijven; de meeste andere hagedissen kunnen dat niet. Verder is het een razendsnelle klimmer en een goede springer.

Het is slim om lid te worden van een terrariumvereniging, daar kunnen ze je helpen en tips geven over hoe je je agamen moet verzorgen.

Verzorging

Huisvesting

Voor twee tot drie groene wateragamen heb je een terrarium nodig van minstens 150 x 200 x 100 centimeter. Kies voor gekweekte dieren, die zijn minder schuw en gevoelig dan dieren uit het wild. Zet geen mannetjes bij elkaar, dat wordt vechten! Eén mannetje met één of meer vrouwtjes gaat prima. De dieren hebben een groot waterbad nodig dat iets minder dan de helft van het oppervlak inneemt. Houd de watertemperatuur op 22 tot 24 graden. Omdat de dieren het water als toilet gebruiken, moet het iedere dag verschoond worden of er moet een goed filter in!
Gebruik op de bodem schorssnippers, kiezels, turfmolm, mos of platen kurkschors. Doe op de achterwand en zijwanden van het terrarium kurk of boomschors als extra klimmogelijkheid en bescherming tegen verwondingen bij schrikreacties. Zorg voor voldoende schuilplaatsen, bijvoorbeeld holle boomstammetjes. Op het landgedeelte zet je stevige planten, takken en stronken zodat de agamen kunnen klimmen. Plaats ook iets boven het waterbad, omdat de dieren daar graag liggen te rusten. Verwarm deze plekken met spots tot 40 graden, minimaal één per dier. Verder moet de temperatuur overdag 28 tot 32 graden zijn. ’s Nachts mag hij zakken maar niet verder dan tot 20 graden. De luchtvochtigheid moet 80 tot 90% zijn, besproei daarvoor het terrarium elke dag met lauw water.
Het licht moet zo veel mogelijk op echt zonlicht lijken. Gebruik TL-buizen, die twaalf tot veertien uur per dag aanstaan. Met een UV-lamp geef je de dieren de mogelijkheid om vitamine aan te maken. Vraag advies in een speciale terrariumwinkel!

Voeding

Groene wateragamen eten sprinkhanen, krekels, moriowormen, meelwormen, wasmotlarven, regenwormen en af en toe een jong muisje. Dit moet je aanvullen met groenvoer, zoals andijvie, wortel of paardenbloemen, en fruit zoals aardbei, framboos, banaan of meloen. Volwassen dieren voer je drie keer per week, jonge dieren hebben elke dag voer nodig. Jongen eten eerst alleen wormen en insecten, later gaan ze pas groente en fruit eten. Bepoeder het voer met een vitaminen- en mineralenmengsel, de dieren hebben vooral vitamine D3 nodig. Voer en extra’s kun je kopen bij de dierenspeciaalzaak. Zorg voor een niet te grote en diepe waterbak en ververs het drinkwater elke dag.

Verzorging

Haal niet opgegeten levende dieren uit het terrarium om te voorkomen dat ze de rustende agamen storen of beschadigen. Verschoon elke dag het waterbad en haal dan meteen etensresten en andere troep weg. Als je een goed filter in het water hebt, hoef je het minder vaak te verversen, ongeveer eens per week. Spoel het materiaal van het filter dan uit in het oude water. Het terrarium moet een keer per week helemaal schoongemaakt worden. Gebruik speciale schoonmaakmiddelen, spoel goed na en droog de boel grondig af voor je de dieren terugzet in het terrarium. Was altijd je handen als je bezig bent geweest in het terrarium, agamen kunnen bacteriën bij zich hebben waar je ziek van kunt worden. Houd de agamen goed in de gaten. Als een dier van kleur verandert en donkerder wordt, slecht eet, mager wordt, vreemde poep heeft of suf in een hoekje zit, kan het ziek zijn. Ga dan zo snel mogelijk naar een deskundige dierenarts!

Wat wel en wat niet!

NIET…de dieren in contact laten komen met de warmtelampen, want ze kunnen zich eraan branden!

WEL… in de gaten houden of er gevochten wordt. Is dat zo, dan moeten ze uit elkaar gehaald worden en apart gezet. Pas op voor bijten!

NIET… meerdere mannetjes bij elkaar zetten, dat wordt vechten!

WEL… in het voorjaar een dikke laag turfmolm of een mengsel van zand en leem geven en vochtig houden, zodat de vrouwtjes daarin eieren kunnen begraven.