Mandarijneenden rusten en slapen op takken in hoge bomen. Vogels die dat doen, noemen we ‘roestende’ vogels.
In het water gaat de stuitklier van de eend werken en maakt vet dat de eend op zijn veren smeert om ze waterdicht te houden. Een ‘lekke eend’ is een eend waarvan het verenkleed niet meer waterdicht is. Deze eend kan kou vatten en ziek worden en moet dan naar de dierenarts.
Als je goudvissen in de eendenvijver doet, helpen die het water schoon te houden. Maar let op: dan moet je wel goed weten hoe je voor goudvissen moet zorgen!
Hoe ziet hij eruit?
Voor een eend is de mandarijneend vrij klein: 42 - 51 cm. Het mannetje (woerd) is prachtig gekleurd. Hij heeft een oranje kop met rode snavel, een groen-bruine of paars-bruine borst, een witte buik en lichtbruine flanken. Op zijn rug heeft hij opvallende oranje-rood-bruine ‘vanen’ of waaiers, die wel op zeilen lijken. De ogen zijn donkerbruin en de poten zijn oranjegeel. Het vrouwtje is een stuk onopvallender. Ze heeft een grijze kop met grijs-rode snavel en een witte ring rond de ogen. De vleugels en de rug zijn bruin tot groen gekleurd, de borst en flanken bruin gevlekt. De buik is wit. Er worden ook blonde en witte mandarijneenden gekweekt. De vogels worden 10 tot 15 jaar oud.
Hoe leeft hij?
De mandarijneend komt uit Azië: Siberië, China, Japan en Korea. De dieren zwemmen graag, maar kunnen zich op het land ook goed redden. In de vrije natuur slapen en rusten ze vaak op takken van grote oude bomen. Het zijn schuwe dieren. Overdag verschuilen ze zich in de schaduw van bomen en struiken. Pas ’s avonds en ’s nachts gaan ze op zoek naar eten: waterplanten, rijst en andere granen. Mandarijneenden maken niet vaak geluid. In de broedtijd leven ze in paren of kleine groepjes en zijn ze te vinden langs rivieren, beekjes en meren. Ze zoeken daar de dichte begroeiing van struiken, bomen, waterriet en moerassen. Ze maken hun nest vaak op grote hoogte in boomholtes dichtbij het water.
Voortplanting
Mandarijneenden kunnen jongen krijgen als ze een jaar oud zijn. Stelletjes blijven meerdere jaren bij elkaar. De broedtijd begint eind maart of begin april en kan tot en met juni duren. Na het paren legt het vrouwtje acht tot vijftien eieren, die ze bedekt met haar eigen donsveertjes. Ze broedt de eieren in ongeveer 30 dagen uit terwijl de woerd de wacht houdt. De kuikens blijven na het uitkomen nog een dag tot twee dagen in het nest. Zodra hun moeder ze vanaf de grond roept, komen ze naar buiten. De moeder beschermt haar kuikens en laat in het begin geen enkele andere eend in de buurt komen. De kuikens zijn volwassen op een leeftijd van acht weken.
Bijzonderheden over de mandarijneend
Mandarijneenden zijn schuwe dieren, die eerst heel goed moeten wennen.
Mandarijneenden maken hun nest op grote hoogte in holle bomen. Als het zover is, roepen de ouders en springen de kuikens van soms wel 15 meter hoogte uit het nest naar beneden en komen ongedeerd terecht.
Koop alleen dieren die actief zijn en een mooi en schoon verenkleed hebben.