Sluiten

Het tropisch zoetwateraquarium

Voor tropische vissen heb je een goed aquarium nodig. Je kunt er een kiezen bij de vissen die je wilt houden, maar je kunt ook vissen kiezen bij het aquarium dat je hebt. Heb je eenmaal een aquarium, dan komt de volgende stap: vissen kiezen.

Vissen kiezen

Denk goed na over welke vissen je wilt. Elke vissoort is weer anders en heeft zijn eigen verzorging nodig. Ook is niet elke vis geschikt voor elk aquarium. Wil je verschillende vissoorten bij elkaar zetten, dan moet je weten of ze bij elkaar passen en geen ruzie maken.

Vissen leven vaak in verschillende lagen van het water: sommige zitten graag op de bodem, andere zwemmen juist liever bovenin of halverwege. Om een mooie verdeling te krijgen is het handig om vissen te kiezen voor verschillende lagen. Je vindt hierover meer in de LICG spreekbeurten en bijsluiters van de verschillende vissoorten, of vraag ernaar in de dierenspeciaalzaak.

Doe niet te veel vissen in de bak. Een handig regeltje is om niet meer dan één centimeter vis per liter water te nemen. En vergeet niet dat de vissen vaak nog zullen groeien!

De bak

Gebruik geen vissenkom: er is te weinig contact met de lucht, te weinig ruimte om te zwemmen, geen dichte achterwand (onveilig gevoel) en er is gebogen glas dat alles vergroot, waardoor de vis steeds schrikt. Kies een aquarium met een glazen deksel, zodat het water minder snel verdampt en beter op temperatuur blijft. Bovendien kunnen de vissen dan niet uit de bak floepen. Zet het aquarium op een rustige plek. Denk daar goed over na, want als het vol is, kun je het door het gewicht niet meer verplaatsen. De ondergrond moet dus ook sterk genoeg zijn om het grote gewicht te dragen! Zet het aquarium niet in de volle zon, want dan groeien er te veel algen en kun je de temperatuur niet goed regelen. En denk erom dat je overal bij moet kunnen, bijvoorbeeld om de bak schoon te maken.

Wat doe je erin?

Koop een aquarium met een dichte achterkant. In een aquarium waar je helemaal doorheen kunt kijken, voelen vissen zich onveilig. Gebruik op de bodem kleine steentjes of zand. Vissen die graag wroeten geef je zand, andere kun je beter steentjes geven. Géén steentjes met scherpe randjes of wit zand – dat vinden veel vissen niet prettig! Om het aquarium er een beetje leuk uit te laten zien en de vissen plekjes te geven waar ze kunnen wegkruipen, kun je van alles in de dierenspeciaalzaak kopen: planten, stenen of hout. Kijk naar je vissen om te zien wat ze prettig vinden: sommige vissen hebben veel schuilplaatsen nodig, andere willen juist veel zwemruimte.

Water

Goed water houdt je vissen gezond. Je haalt het hier gewoon uit de kraan. In de dierenspeciaalzaak koop je middeltjes die het water nóg beter maken.

Verder moet je letten op de zuurgraad (ook wel ‘pH’ genoemd). Welke zuurgraad het water moet hebben, is per vissoort verschillend. Sommige vissen hebben liefst weinig zuur, andere juist veel zuur! De hardheid van het water is ook belangrijk. Die geven we aan met ‘DH’. En de hoeveelheid kalk in het water geven we aan met ‘KH’.

Als je verschillende vissoorten in hetzelfde aquarium wilt houden, dan moet je van te voren controleren of ze ook allemaal bij ongeveer dezelfde pH, DH en KH kunnen leven!

Verder kunnen er afvalstoffen in het water zitten, zoals ammonium en nitriet. Deze kun je met een filter uit het water halen. Door het water vaker te controleren op kwaliteit weet je of het allemaal goed werkt.

Planten

Planten zijn er om het wat gezelliger te maken in het aquarium. Ze zijn ook handig als schuilplek voor de vissen en zorgen voor gezond water. Geef vissen die veel zwemruimte nodig hebben, niet teveel planten. Heb je vissen die eitjes leggen op planten of levende jongen krijgen die zich moeten kunnen verstoppen, zorg dan dat je de juiste planten daarvoor hebt. Denk erom dat sommige vissen planten opeten of uitgraven! Spoel nieuwe planten altijd af voor je ze in het aquarium zet, anders kunnen er parasieten meekomen waar je vissen ziek van worden.

Verwarming

Aquariumvissen komen meestal uit warme gebieden. Daarom moet het water verwarmd worden. Is het in de kamer 20 graden en hebben de vissen water van 25 graden nodig, dan heb je voor een bak van 50 liter een verwarming van 50 Watt nodig. Vraag de dierenspeciaalzaak wat het beste is. Kies een verwarmingselement met warmteregelaar (thermostaat). Die zorgt dat de temperatuur niet steeds verandert, want daar kunnen vissen niet goed tegen. Plaats de verwarming laag, dan wordt de warmte goed verdeeld. Kijk regelmatig met een thermometer of de watertemperatuur in orde is. Ook nu weer is het belangrijk dat de vissen die je uitkiest, bij elkaar passen – ze moeten bij ongeveer dezelfde watertemperatuur kunnen leven.

Verlichting

Verlichting is nodig voor de vissen, maar vooral ook voor de planten. Het licht moet per dag zo’n twaalf uur aan zijn. Tl-buizen worden het meest gebruikt, omdat ze veel licht geven en niet duur zijn in het gebruik. Je kunt met een apparaatje zorgen dat het licht altijd op vaste tijden aan- en uitgaat. De vissen wennen daar aan en blijven dan rustig.

Beluchting

Als er weinig planten en weinig stroming in het aquarium zijn, kan het goed zijn om een luchtpompje te nemen. En beluchtingsteentjes zorgen ervoor dat er in alle lagen van het water zuurstof wordt geblazen. Met een speciaal apparaatje kun je meten of er genoeg zuurstof in het water zit.

Filters

Om het water schoon te houden is in elk aquarium een filter nodig. Een goed filter haalt niet alleen zichtbaar vuil (poep, resten voer) uit het water, maar maakt ook onzichtbare gevaarlijke stoffen zoals ammoniak en nitriet onschadelijk. Een filter moet (niet te vaak) worden schoongemaakt met aquariumwater – niet met heet water of schoonmaakmiddel! Controleer regelmatig of het water nog in orde is, dan weet je meteen of het filter nog goed werkt. Er zijn verschillende filters te koop. Kies er een die past bij de grootte van de bak, het aantal vissen en de soort vissen. Hoe meer vissen, des te sterker het filter moet zijn. Maar sommige vissen maken meer vuil dan andere, en sommige zijn gevoeliger voor vervuild water. Vraag de dierenspeciaalzaak om raad!

Volgorde van opbouw

Het opbouwen van de bak is een precies werkje en duurt wel even. Het gaat in stapjes en tussen de verschillende stappen moet je wachten. Eigenlijk maak je je eigen natuurgebied:

  1. Kijk eerst of de bak niet lek is, door hem te vullen met water. Is het goed, dan laat je hem weer leeglopen. Maak hem schoon zonder schoonmaakmiddel.
  2. Vul de bodem met zand of steentjes.
  3. Zet planten, stenen of hout op hun plek. Doe hetzelfde met verwarming, licht, filter en pomp.
  4. Vul de bak voorzichtig met water uit de kraan. Vang het water bijvoorbeeld op met een bord, zodat de bodemlaag niet wegspoelt door de waterstraal.
  5. Zet alle apparatuur aan.
  6. Spoel nieuwe aquariumplanten af en haal er dode bladeren af. Zet planten goed vast in de bodem.
  7. Wacht een paar dagen om het filter goed te laten werken. Het werkt met bacteriën, en die moeten eerst groeien.
  8. Kijk na een paar dagen wat de zuurgraad is, hoeveel kalk er in zit en hoeveel ammonium en nitriet.
  9. Als alles in orde is, kunnen de eerste vissen erin. Begin altijd met maar een paar vissen en zet niet meteen de hele bak vol! Kijk eerst hoe het gaat en blijf de volgende dagen het water controleren. Is dat goed, doe dan iedere keer weer wat vissen erbij.

Vissen in de bak doen

In de dierenspeciaalzaak krijg je vissen mee in een plastic zak met water. Doe daar een dichte zak omheen, zodat de vissen in het donker zitten, dan blijven ze rustig. Schommel zo weinig mogelijk!

Laat de plastic zak een kwartier drijven op het wateroppervlak van je aquarium, dan komt het water op de juiste temperatuur. Doe daarna steeds een beetje water uit het aquarium in de plastic zak. Dan kunnen de vissen wennen aan het nieuwe water. Na een half uurtje kunnen ze in het aquarium. Keer het zakje voorzichtig om of haal de vissen met een schepnetje voorzichtig uit het zakje. Raak ze niet met je handen aan! Heb je al vissen in het aquarium en wil je daar nieuwe vissen bijdoen, zet die dan eerst twee weken apart in een andere bak. Dan kun je zien of de vissen gezond zijn. Want zieke vissen kunnen de andere dieren ook weer ziek maken.

Is het water nog goed?

Het is belangrijk om steeds te kijken of het water nog goed is. Is de temperatuur goed, en hoe is het met de zuurgraad en de hoeveelheid kalk? Ook moet je weten hoe het staat met stoffen zoals ammoniak, ammonium en nitriet. In de dierenspeciaalzaak kun je setjes kopen om deze stoffen in het water te meten. En ook al heb je een goed filter, toch moet je zo af en toe het water verversen.

Het aquarium goed onderhouden

Gezonde vissen - Kijk iedere dag of je vissen nog gezond zijn. Gezonde vissen hebben een schone mooie huid, eten goed en zwemmen vrolijk rond. Haal dode vissen zo snel mogelijk weg. Doe dat rustig, om de andere vissen niet te laten schrikken. Zet zieke vissen apart. Controleer dan eerst of het water in orde is. Probeer daarna uit te zoeken welke ziekte ze hebben. In de dierenspeciaalzaak kunnen ze je hierbij helpen.

Schoonmaken - Haal etensresten met een schepnetje weg. Let ook op of de pomp nog goed werkt en of het filter genoeg water doorlaat. Maak het regelmatig schoon. Je hebt allerlei spullen om het water te controleren, dus houd dat ook goed in de gaten! Het is in elk geval slim om elke twee weken een derde deel van het water verversen. Gebruik water dat op de juiste temperatuur is!

De ruiten maak je schoon met een pluk filterwatten of met een magneetveger. Algen die heel vast zitten, kun je losmaken met een krabber.

Filteronderhoud – Het filter bestaat uit twee delen: een mechanisch deel en een biologisch deel. Het mechanische filter vervang je als het te vies wordt. Het biologische filtermateriaal hoef je alleen maar te spoelen met oud aquariumwater. Wil je het vervangen, doe dit dan met kleine beetjes tegelijk omdat je anders de bacteriën weghaalt, die het water schoonhouden.