Een andere naam voor de pleco algeneter is zuignap-harnasmeerval. Op de Filippijnen wordt de pleco algeneter portiervis genoemd.
De pleco algeneter heeft bijzondere ogen, waarmee hij het daglicht overdag bijna helemaal kan weghouden. ’s Nachts, als hij actief is, laten zijn ogen juist zo veel mogelijk licht toe en kan hij beter zien.
Hoe ziet hij eruit?
De pleco algeneter heeft harde beenplaten bovenop zijn kop en lichaam. Zijn buik is kaal en plat. Hij is bruin van kleur, vaak met strepen en vlekken. Het dier komt ook voor als albino (helemaal wit met rode ogen). Zijn bek is omlaag gebogen en heeft aan allebei de kanten een baarddraad. Met zijn lippen maakt hij een zuigschijf waarmee hij zich vast kan zuigen op platte vlakken. De pleco algeneter kan groot worden: in het aquarium wordt hij ongeveer 25 centimeter maar in het wild soms wel 50 centimeter lang. Hij wordt tien tot vijftien jaar oud.
Hoe leeft hij?
De pleco algeneter komt voor in Midden- en Zuid-Amerika. Hij leeft daar in zoet water, soms vermengd met zeewater (brak). Hij is vooral ‘s nachts actief. Hij eet algen, kleine waterplantjes en schaaldieren. De dieren hebben een eigen leefgebied (territorium) en verdedigen dit vaak feller als ze ouder worden. Tegenover soortgenoten kunnen ze onvriendelijk zijn, maar met andere soorten gaan ze vriendelijk om.
Voortplanting
Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is bijna niet te zien. Als de vrouwtjes eieren gaan leggen, zijn ze wat ronder. De mannetjes hebben wat dikkere, roze borstvinnen. In de natuur en in de kweekvijvers in Azië en Amerika maken ze een hol in de rivierbedding of zijwanden, of ze leggen hun eieren tussen rotsen of hout. Het mannetje bewaakt de eieren die na drie tot vijf dagen uitkomen.
Bijzonderheden over de pleco algeneter
Pleco algeneters zitten meestal op de bodem, tussen rotsen of hout, of tegen de wand van het aquarium.
Kienhout in je aquarium is nodig voor de pleco, want hij schraapt daar hout af om op te eten. Zo komt hij aan vezels, die goed zijn voor zijn darmen.
De pleco algeneter heeft een harde stekel aan zijn rugvin. Daarmee kan hij gaatjes maken in plastic zakken, let dus op bij het vervoeren van de vis.