Huisvesting
Roodkopzalmen zijn vriendelijke visjes, dus kun je ze goed met andere vissen in een aquarium van ongeveer zestig centimeter houden. Liever niet met te grote vissen, want die kunnen de roodkopzalm wel eens als lekker hapje zien. Het zijn groepsdieren, dus moet je ze met minstens zeven vissen houden, zodat ze in een school (groep) kunnen zwemmen. Daarvoor hebben ze open zwemruimte nodig, liefst in het midden en bovenin het aquarium. Om de temperatuur van het water tussen 23 en 28 graden te houden, gebruik je een verwarmingselement en een warmteregelaar (thermostaat). De zuurgraad van het water moet tussen 6 en 6,5 liggen en de hardheid moet ongeveer 4 DH zijn. Met een waterfilter houd je het water schoon.
Planten zijn belangrijk: ze zorgen voor demping van het licht, zijn mooi, zorgen voor schuilplaatsen en helpen de waterkwaliteit goed te houden.
Voeding
Roodkopzalmen eten droogvoer, diepvriesvoer en levend voer zoals watervlooien of tubifex (kleine wormpjes). Laat diepvriesvoer wel eerst ontdooien! Pasgeboren roodkopzalmen kun je piepkleine voerdiertjes geven zoals pantoffeldiertjes of vloeibaar voer. Geef liever twee of drie keer per dag een klein beetje voer dan ineens een heleboel: geen een portie die de vissen in één tot twee minuten op hebben. Bewaar het potje droogvoer niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.
Verzorging
Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.
NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastig vallen.
WEL… planten en een achterwandje plaatsen in het aquarium. Een aquarium waar je doorheen kunt kijken en waarin je niet kunt schuilen, geeft veel vissen een onveilig gevoel.
NIET…fel licht gebruiken in het aquarium, daar houden ze niet van. Met drijfplantjes zorg je voor een wat donkere omgeving en dat vinden ze prettig.
WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voor je ze in het water doet!