De schorpioen is familie van de spin.
Schorpioenen kunnen trillingen voelen met de haren op hun grijpscharen.
Schorpioenenvrouwtjes zijn vaak erg agressief als ze jongen op hun rug hebben.
Hoe ziet hij eruit?
Een schorpioen heeft een kopstuk en een achterlijf met een staart. Op de staart zit een gifstekel en aan zijn kop heeft hij twee grijpscharen. Hij heeft acht poten. Alle soorten schorpioenen zijn giftig en eten vlees. Je hebt ze in alle soorten en maten: van 1 centimeter tot wel 20 centimeter lang. Ook zijn er verschillen in kleur: schorpioenen uit woestijngebieden zijn vaak zandgeel, maar schorpioenen uit het regenwoud zijn vaak donkerder. Je hebt schorpioenen die twee jaar oud worden, maar je hebt er ook die wel zes jaar oud kunnen worden, en een paar soorten die de dertig kunnen halen!
Hoe leeft hij?
Schorpioenen vind je vooral in warme en zeer warme gebieden over de hele wereld. Meestal leven ze in spleten en holen, die ze soms zelf graven. Er zijn ook soorten die in bomen leven. Ze leven niet in groepen, maar in hun eentje. Ze kunnen heel goed in droge gebieden leven, omdat hun lichaam vocht lang vast kan houden. De dieren worden ’s nachts actief en kruipen overdag weg.
Voortplanting
Mannetjes schorpioenen zijn wat slanker, hebben wat langere borstels op hun buik en hebben vaak een dikkere gifstekel dan vrouwtjes. Het mannetje legt een zaadpakketje op de grond en zorgt dat het vrouwtje er overheen loopt. Op dat moment neemt ze het pakketje in zich op waardoor haar eitjes worden bevrucht. Ze broedt ze uit in haar lijf. Na ongeveer een jaar worden er acht tot 35 jongen geboren. De jongen kruipen meteen op hun moeders rug. Daar blijven ze twee weken, waarna ze uit elkaar gaan en zelfstandig worden.
Bijzonderheden over de schorpioen
Elke schorpioen is giftig, maar niet alle schorpioenen zijn gevaarlijk voor mensen. Vraag hierover advies aan de dierenspeciaalzaak. Houd er rekening mee dat een beet voor een kind gevaarlijker is dan voor een volwassene.
Schorpioenen vervellen meerdere keren. Dit is nodig om te kunnen groeien. In het eerste jaar vervellen ze vier tot zes keer. Na vier tot zeven vervellingen zijn ze volwassen.