Landheremietkreeften moeten vervellen om te kunnen groeien. Regelmatig kunnen ze een poot of schaar verliezen, maar die groeien weer aan bij de volgende vervelling.
Landheremietkreeften maken zelden geluid, maar soms, bijvoorbeeld bij ruzie, kunnen ze een hard tsjirpend geluid maken. Dit heet ‘striduleren’.
Een schelp past goed wanneer de kreeft zich er helemaal in kan verbergen en de ingang af kan sluiten met de grote klauw en één looppoot.
Hoe ziet hij eruit?
De landheremietkreeft is een kreeftachtige die een schelp draagt van een land- of zeeslak, om zijn kwetsbare zachte achterlijf te beschermen en om zoet of zout water in te bewaren. Hij heeft drie paar monddelen en kieuwen waarmee hij lucht kan ademen. Hij heeft verder nog een grote en een kleine schaar, vier looppoten, poten om in en uit zijn schelp te komen, en poten om de kieuwen en de binnenkant van de schelp mee schoon te maken. Aan zijn achterlijf heeft hij een aanhangsel waarmee hij zich vastzet in de schelp. Hij kan allerlei kleuren hebben. Landheremietkreeften worden ongeveer tien jaar oud.
Hoe leeft hij?
Landheremietkreeften komen voor in warme gebieden over de hele wereld. Ze leven in de buurt van de zee, omdat ze zout water nodig hebben om te overleven. Ze zijn vooral actief als het donker is en een deel van de dag, maar de rest van de dag liggen ze te slapen. Ze leven op de grond, maar klimmen ook graag in een boom of struik. Als ze moeten vervellen, maar ook bij stress, kruipen ze in de grond. Bij jonge dieren duurt dit ongeveer twee weken en bij volwassen dieren meer dan drie maanden. De kreeften leven in groepen van honderd of meer dieren.
Voortplanting
Aan het uiterlijk kun je zien of een landheremietkreeft een vrouwtje of mannetje is. Alleen het vrouwtje heeft 'pleopoden': aanhangsels aan het achterlijf waarmee ze haar eieren draagt. Bij het paren laat het mannetje zaadpakketjes achter aan de onderkant van het vrouwtje, waarmee zij de eitjes onder haar buik bevrucht. Daarna laat ze de eitjes los in zee en na enkele dagen komen zeer kleine larfjes uit de eitjes. In enkele weken groeien ze uit tot piepkleine kreeftjes en vervellen daarbij steeds. Na drie maanden zijn ze pas een paar millimeter groot en verhuizen naar het land. Daar zoeken ze meteen een passende schelp om hun achterlijf mee te beschermen. Doordat hij groeit maar zijn pantser niet meegroeit, moet de landheremietkreeft vervellen. Jonge dieren vervellen een keer per maand, volwassen dieren elke anderhalf jaar. Door het groeien zal hij steeds weer een nieuwe schelp moeten vinden.
Bijzonderheden over de landheremietkreeft
Kweken van landheremietkreeften in een terrarium lukt niet, daarvoor is de zee nodig.
Als je een landheremietkreeft koopt, let dan op dat hij geen poten of antenne mist en dat hij er levendig bij zit.
Een nieuwe kreeft heeft wat tijd nodig om te wennen. Het kan zijn dat hij zich ingraaft in de bodembedekking en daar een paar weken blijft zitten. Dat is niet ongewoon, dus raak niet in paniek daarvan!