De roodkeelanolis kan van kleur veranderen, van bruin tot bleek grijs/bruin tot bijna helemaal zwart/bruin. Dat heeft te maken met hoe hij zich voelt. Als hij zich niet zo lekker voelt, wordt hij donkerder van kleur.
De roodkeelanolis kan over de muur en over het plafond lopen, doordat hij zachte kleefkussentjes onder zijn tenen heeft.
Er worden in Nederland ongeveer 300.000 reptielen als huisdier gehouden.
Hoe ziet hij eruit?
De roodkeelanolis is groen of bruin gekleurd, met een witte buik. Hij heeft zijn naam te danken aan zijn roze keelwam, die hij snel uit kan klappen. Mannetjes gebruiken hem om indringers af te schrikken of vrouwtjes aan te trekken. De anolis kan van kleur veranderen, bijvoorbeeld door schrik, verandering van het licht of de temperatuur, of om zich onzichtbaar te maken. Mannetjes worden van kop tot staartpunt ongeveer 20 centimeter lang, vrouwtjes ongeveer 16 centimeter. De dieren worden acht tot tien jaar oud.
Hoe leeft hij?
De roodkeelanolis komt oorspronkelijk voor in het zuidoosten van de Verenigde Staten en in Mexico. Hij leeft daar vooral in wat vochtige streken en huist in bomen, struiken en tuinen. De roodkeelanolis is overdag actief en leeft het liefst in zijn eentje. Alleen in de paartijd zoeken de dieren elkaar op.
Voortplanting
Roodkeelanolissen kunnen jongen krijgen als ze ongeveer een jaar oud zijn. Mannetjes zijn wat groter en hebben een grotere keelwam. Vrouwtjes hebben een witte zigzagstreep op hun rug. Net na de winterrust, in de periode van mei tot september, is het paartijd. Het mannetje zoekt het vrouwtje op en lokt haar door te pronken met zijn keelwam. Het paren gaat heftig, waarbij er veel wordt gebeten. Na de paring legt het vrouwtje met tussenpozen van één tot vijf weken steeds één of twee eieren. Deze begraaft ze in losse, vochtige grond, meestal vlakbij een plant. Na ongeveer één tot anderhalve maand komen de jongen uit het ei, ze zijn dan ongeveer vijf tot zes centimeter.
Bijzonderheden over de roodkeelanolis
De roodkeelanolis houdt twee maanden winterrust. Dan eet hij minder en is hij minder actief.
Anolissen eten hun eigen jongen op! Haal deze dus meteen na de geboorte weg. De jongen zelf zijn ook niet erg vriendelijk voor elkaar, en moeten ook uit elkaar worden gehouden.
Koop liefst gekweekte dieren. Dieren die uit het wild zijn gevangen, dragen vaak bacteriën of parasieten bij zich en lijden snel aan stress.
Het is slim om lid te worden van een reptielenvereniging. Daar weten ze vaak heel veel over deze dieren en kunnen je met veel dingen helpen.