Huisvesting
Ganzen zijn groepsdieren, je moet er dus minstens twee houden! Per gans heb je zeker 50 vierkante meter grasland nodig. Met minder ruimte wordt het snel een modderpoel... Zorg voor een stevig hek van 1½ meter hoog. Gebruik fijn gaas, waar de ganzen hun kop niet door kunnen steken. Anders kunnen ze bekneld raken. Een schuilhok is niet echt nodig: ganzen kunnen uitstekend tegen kou. Eventueel kun je ze ’s nachts in een nachthok zetten, bijvoorbeeld als er in de directe omgeving een roofdier rondzwerft of als de ganzen te veel herrie maken.
Ganzen moeten kunnen baden, voor twee of drie ganzen is een vijvertje van ongeveer 35 centimeter diep, met een oppervlakte van vier vierkante meter, genoeg. De oevers van de vijver moeten licht aflopen zodat de ganzen gemakkelijk het water in en uit kunnen lopen. Zorg ervoor dat de vijver en de ruimte eromheen gemakkelijk schoongemaakt kunnen worden.
Gebruik voer- en waterbakken die de dieren niet kunnen vervuilen en die niet omgegooid kunnen worden. Zorg voor voldoende beschutting (boom, groepje struiken of een schutting) om de dieren in de zomer schaduw te bieden en tijdens de winter te beschermen tegen koude wind.
Voeding
In speciale ganzen- of watervogelvoeders zit alles wat ganzen nodig hebben, behalve het gras dat ze in de wei bij elkaar eten. Voer tweemaal per dag niet meer voer dan de dieren binnen vijftien tot dertig minuten opeten. De rest van de dag moeten ze gras eten. Als extra kun je af en toe wat brood of groente (fijn gesneden andijvie, boerenkool, witlof, sla, spinazie of wortel) geven. ’s Winters kun je zo nodig wat extra graan (géén kippengraan!) geven. Van te veel graan en/of brood worden ganzen vet, geef dit dus beperkt. Zorg altijd voor schoon drinkwater. Je kunt het voer geven op een schotel die je elke dag schoonmaakt. Zet hem op een ondergrond die gemakkelijk schoon te maken is, bijvoorbeeld een paar tegels, en liefst onder een afdak. Dan kan er geen vogelpoep in komen of regenwater. Zoals alle vogels hebben ganzen grit nodig om in hun maag het voedsel te kunnen vermalen. Zorg dus altijd voor een bakje met grit.
Verzorging
Ganzen poepen veel en daarom bestaat hun verzorging voor een groot deel uit het schoonhouden van de ganzenweide. Vervuild water en voedsel zijn de grootste veroorzakers van ziekte. Het badwater moet dus elke dag worden vervangen en poep moet worden weggehaald. Drink- en voerbakken moeten ook elke dag worden schoongemaakt. Let goed op de conditie van de ganzen, bijvoorbeeld bij het voeren. Een gans kan iets mankeren als zijn veren er niet mooi uitzien, zijn vleugels hangen, als hij mager wordt of apart gaat zitten, als hij veel slaapt of steeds schudt met z’n kop. Zet een mogelijk zieke gans apart en vraag advies aan de dierenarts.
NIET… vergeten de weide waar de ganzen leven heel goed schoon te houden.
WEL … zorgen dat je de ganzenweide en alles wat daar bij hoort, klaar hebt voordat je ganzen koopt. Anders heb je een groot probleem om de dieren onder te brengen.
NIET… een gans zomaar proberen te pakken. Behalve dat het je waarschijnlijk niet lukt, loop je de kans een flinke klap van een vleugel te krijgen of in je arm of gezicht gebeten te worden. Vraag een volwassene het dier te pakken.
WEL … de dierenarts vragen om je ganzen te kortwieken als je zeker wilt weten dat ze niet wegvliegen. Meestal is het niet nodig, omdat tamme ganzen te zwaar zijn om te kunnen vliegen.