Get Adobe Flash player

Zwaarddrager

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je hebt wel de hulp van je ouders nodig. Zorg in elk geval dat je alles weet over het goed houden en verzorgen van deze dieren en over het opzetten van een aquarium.
 

Leuke weetjes

Zwaarddragers leggen geen eieren: die komen al uit in het lichaam van het vrouwtje. Ze brengen dus levende jongen ter wereld.

Zwaarddragers worden ook gebruikt voor onderzoek, bijvoorbeeld naar kanker en naar erfelijkheid
 

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De zwaarddrager in de natuur is voor het grootste deel groen. De vrouwtjes hebben een wit-gele buik, de mannetjes een rode buik. Bijzonder aan de mannetjes is de lange onderste staartvin, het ‘zwaard’. De vrouwtjes worden zo’n twaalf centimeter lang, de mannetjes blijven wat kleiner. In het aquarium zie je meestal zwaarddrager in gekweekte kleuren: rood, geel-oranje, zwart of gevlekt. Er zijn ook albino’s (helemaal wit met rode ogen). Verder worden ze gekweekt met extra hoge rugvinnen of lange staartvinnen. Zwaarddragers worden drie tot vijf jaar oud.

Hoe leeft hij?

Zwaarddragers komen oorspronkelijk voor in landen als Mexico, Guatemala en Honduras (Zuid-Amerika). Daar leven ze in ondiep zoet water, zoals warme bronnen en vijvers en kanalen met veel waterplanten. Ze eten wormen, insecten en planten zoals algen. Zwaarddragers leven in groepen, waarin heel duidelijk is wie de baas is. Het zijn vriendelijke vissen, alleen kunnen de mannetjes onderling soms flink vechten. Zwaarddragers zijn actieve, snelle zwemmers.

Voortplanting

Zwaarddragers kunnen jongen krijgen als ze een halfjaar (vrouwtjes) tot een jaar (mannetjes) oud zijn. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes en hebben een ‘zwaard’ als onderste staartvin. Als het mannetje wil paren, slooft hij zich uit voor het vrouwtje: hij trekt zijn zwaard krom en zwemt zelfs achteruit! Na de paring duurt het ongeveer een maand tot de jongen worden geboren. Zwangere vrouwtjes herken je aan een donkere vlek op hun achterlijf. Het vrouwtje krijgt per keer tien tot 70 jongen. De jonge zwaarddragers zorgen voor zichzelf maar om te voorkomen dat ze worden opgegeten, moeten ze wel tussen de planten kunnen schuilen.

Bijzonderheden over de zwaarddrager

Zwaarddragers kunnen flink springen. Kies dus een aquarium met een dekplaat, zodat ze er niet uit kunnen springen.

Vrouwtjeszwaarddragers kunnen soms in een mannetje veranderen. Maar jonge mannetjes lijken ook op vrouwtjes omdat ze nog geen zwaard hebben.
 

Verzorging

Huisvesting

Je hebt een aquarium nodig van zeker 80 centimeter. Je kunt zwaarddragers samen met andere vissen houden. Neem altijd meer vrouwtjes dan mannetjes, omdat de mannetjes de vrouwtjes blijven opjagen om te paren. Eén mannetje per drie vrouwtjes is het beste. Zwaarddragers zwemmen meestal in de bovenste waterlaag. Omdat ze veel zwemmen, mag het aquarium niet te dicht beplant zijn, zeker niet in het midden. Om de watertemperatuur rond 24 graden te houden, gebruik je een verwarmingselement en een warmteregelaar (thermostaat). De zuurgraad moet tussen 7 en 8 liggen. De hardheid van het water moet tussen de 10 en 20 DH zijn. Met een waterfilter houd je het water schoon. Het aquarium hoort overdag ook verlicht te zijn. Planten zijn belangrijk: ze zorgen voor demping van het licht, ze zijn mooi, zorgen voor schuilplaatsen en helpen de waterkwaliteit goed te houden. Gebruik donkere bodembedekking, dan zie je de mooie kleuren van de vissen het beste. Vissen voelen zich niet veilig in een aquarium waar je helemaal doorheen kunt kijken. Neem dus een aquarium met een achterwand en doe er planten in om tussen te schuilen.

Voeding

Zwaarddragers zijn alleseters. Je kunt ze droogvoer geven, diepvriesvoer en levend voer zoals watervlooien, tubifex (kleine wormpjes) of muggenlarven. Laat diepvriesvoer wel eerst ontdooien. Zwaarddragers hebben ook groenvoer nodig zoals (gedroogde) algen. Geef liever twee of drie keer per dag een klein beetje voer dan ineens een heleboel. Geef dan een portie die de vissen in één tot twee minuten opeten. Bewaar het potje droogvoer niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.

Verzorging

Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.

Wat wel en wat niet!

NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastig vallen.

WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voor je ze in het water stopt!

NIET…fel licht gebruiken in het aquarium, daar houden ze niet van. Met drijfplantjes zorg je voor een wat donkere omgeving en dat vinden ze prettig.

WEL… nieuwe planten eerst goed afspoelen om parasieten te voorkomen.