Sluiten

Marmerbijlzalm

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je hebt wel de hulp van je ouders nodig. Ook zij moeten wel wat ervaring met vissen hebben. Zorg dat je alles weet over het goed houden en verzorgen van deze dieren en het onderhouden van een aquarium.

Leuke weetjes

De bijlzalm wordt zo genoemd omdat hij van opzij de vorm heeft van een bijl.

Als je het aquarium gaat schoonmaken, moet je oppassen dat je de bijlzalmen niet laat schrikken. Ze kunnen dan zo uit de bak springen!

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De marmerbijlzalm valt op door zijn hele diepe borst. Hij is glanzend zilver-bruin met schuine zwarte banden. Over de bovenste helft van zijn lijf loopt een gele streep. Hij wordt ongeveer drie en een halve centimeter lang. Behalve de gemarmerde bijlzalm heb je nog de dwergbijlzalm, de wat grotere zilverbijlzalm (6 cm) en de diamantbijlzalm (7 cm) die nogal schuw is. De marmerbijlzalm kan 4 tot 5 jaar oud worden.

Hoe leeft hij?

Bijlzalmen zijn groepsdieren, ze leven in grote ‘scholen’. Ze komen voor in het Amazonegebied in Zuid-Amerika, waar ze in open water en in kleine stroompjes met veel plantengroei leven. Ze eten vooral kleine kreeftjes en insecten, die ze van het wateroppervlak happen. Ze leven dan ook vlak onder het wateroppervlak. Als ze schrikken of moeten vluchten voor een roofdier, springen ze boven het water uit.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is bijna niet te zien. Vrouwtjes die eieren gaan leggen, hebben een dikke buik waarin je de eieren ziet zitten. Tussen de planten laat ze de eieren los, die naar de bodem zakken. Schaduw is dan belangrijk, want de eieren kunnen geen fel licht verdragen. Na ongeveer 30 uur komen de eieren uit. En vijf dagen na het uitkomen zwemmen de jongen alweer vrij rond. Ze zijn dan erg klein en moeten gevoerd worden met vloeibaar voer.

Bijzonderheden over de marmerbijlzalm

Bijlzalmen kunnen wel twee tot drie meter lang een eindje boven het wateroppervlak ‘vliegen’. Ze gebruiken hun borstvinnen om vliegbewegingen mee te maken.

Bijlzalmen bewaken hun eieren niet en soms eten ze die zelfs op. Als je jongen wilt hebben, haal dan de ouders bij de eieren weg of gebruik een eierrooster.

Verzorging

Huisvesting

Je kunt deze vriendelijke visjes goed met andere vissen in een aquarium houden. Je hebt een bak nodig van tussen 60 en 100 centimeter. Bijlzalmen willen met soortgenoten samenleven, daarom moet je er meer dan een houden. Bijvoorbeeld vijf, maar liever nog meer. Een groep (‘school’) heeft open zwemruimte nodig om samen heen en weer te kunnen zwemmen. Bijlzalmen gebruiken vooral de bovenste waterlaag. Let op: plaats een deksel op het aquarium, anders springen de vissen eruit! Om het water steeds tussen 24 en 28 graden te houden, moet je een verwarmingselement en een thermostaat (warmteregelaar) gebruiken. De zuurgraad van het water mag niet te hoog zijn, tussen 5,5 en 7,5. Verder heb je een waterfilter en verlichting nodig. Een donkere bodembedekking is het beste, dan zijn de kleuren van de vissen goed te zien. Planten zijn nodig als schuilplaats en om de waterkwaliteit op peil te houden. Bijlzalmen houden van wat stroming in het water.

Voeding

Bijlzalmen eten levend voer zoals muggenlarven, fruitvliegjes, watervlooien of tubifex. Ze happen deze diertjes van het wateroppervlak. Diepvriesvoer kan ook, maar laat dit wel eerst ontdooien. Je kunt ook droogvoer geven dat blijft drijven. Is het eenmaal naar de bodem gezakt, dan eten ze het niet meer! Geef liever twee of drie keer per dag een klein beetje voer dan ineens een heleboel. Geef een portie die de vissen in één tot twee minuten kunnen opeten.

Verzorging

Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.

Wat wel en wat niet!

NIET… het potje van het droogvoer op de lichtkap van het aquarium laten staan, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.

WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen zonder zeep voor je ze in het aquarium doet!
 

NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan.

WEL… planten en een achterwandje plaatsen in het aquarium. Een aquarium waar je doorheen kunt kijken en waarin je niet kunt schuilen, geeft veel vissen een onveilig gevoel.