Sluiten

Roodkopzalm

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je hebt wel de hulp van je ouders nodig. Zorg in elk geval dat je alles weet over het goed houden en verzorgen van deze dieren en het opzetten van een aquarium.

Leuke weetjes

Roodkopzalmen zwemmen in scholen. Dat doen ze om veilig te zijn voor vijanden. Samen zien ze er groot en sterk uit en daardoor zullen ze minder snel gepakt worden. Ook is het voor een roofdier moeilijker om één visje uit de school te pikken.

Er bestaat ook een albino roodkopzalm, die heeft een wit-gelig lichaam.
 

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De roodkopzalm is bruingrijs tot zilverkleurig en heeft een rode kop. De staartvin is zwart-wit gestreept. Hij wordt hoogstens vijf centimeter lang. Hij lijkt heel veel op de roodneuszalm. Roodkopzalmen kunnen drie tot vijf jaar oud worden.

Hoe leeft hij?

De roodkopzalm leeft in groepen (scholen) in warm en schemerig zoet water in het gebied waar de Amazonerivier stroomt. Dit is in Zuid-Amerika, in landen zoals Brazilië en Colombia. Het water waarin de roodkopzalmen leven is vrij zacht en een beetje zuur.

Voortplanting

De mannetjes zijn slanker dan de vrouwtjes, die een rondere buik hebben als ze eieren bij zich dragen. Roodkopzalmen paren binnen de school. Het vrouwtje laat haar eitjes los op bladeren of boven java-mos. De eieren mogen niet te fel verlicht worden. Roodkopzalmen bewaken hun eieren niet. Sterker nog: ze eten ze soms zelfs op. Na een tot twee dagen komen de eieren uit en vier dagen later zwemmen de jongen alweer vrij rond. Die zijn piepklein en groeien erg langzaam.

Bijzonderheden over de roodkopzalm

De roodkopzalm is erg gevoelig voor watervervuiling. Zodra er te veel nitriet of ammoniak in het water zit, verbleekt zijn kop. Dit is een teken dat het water ververst moet worden. Probeer dat altijd voor te zijn!

Als je ze net hebt gekocht, zijn de roodkopzalmen vaak bleek door de stress. Ze hebben dan de tijd nodig om bij te kleuren.

Verzorging

Huisvesting

Roodkopzalmen zijn vriendelijke visjes, dus kun je ze goed met andere vissen in een aquarium van ongeveer zestig centimeter houden. Liever niet met te grote vissen, want die kunnen de roodkopzalm wel eens als lekker hapje zien. Het zijn groepsdieren, dus moet je ze met minstens zeven vissen houden, zodat ze in een school (groep) kunnen zwemmen. Daarvoor hebben ze open zwemruimte nodig, liefst in het midden en bovenin het aquarium. Om de temperatuur van het water tussen 23 en 28 graden te houden, gebruik je een verwarmingselement en een warmteregelaar (thermostaat). De zuurgraad van het water moet tussen 6 en 6,5 liggen en de hardheid moet ongeveer 4 DH zijn. Met een waterfilter houd je het water schoon.
Planten zijn belangrijk: ze zorgen voor demping van het licht, zijn mooi, zorgen voor schuilplaatsen en helpen de waterkwaliteit goed te houden.

Voeding

Roodkopzalmen eten droogvoer, diepvriesvoer en levend voer zoals watervlooien of tubifex (kleine wormpjes). Laat diepvriesvoer wel eerst ontdooien! Pasgeboren roodkopzalmen kun je piepkleine voerdiertjes geven zoals pantoffeldiertjes of vloeibaar voer. Geef liever twee of drie keer per dag een klein beetje voer dan ineens een heleboel: geen een portie die de vissen in één tot twee minuten op hebben. Bewaar het potje droogvoer niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.

Verzorging

Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.

Wat wel en wat niet!

NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastig vallen.

WEL… planten en een achterwandje plaatsen in het aquarium. Een aquarium waar je doorheen kunt kijken en waarin je niet kunt schuilen, geeft veel vissen een onveilig gevoel.

NIET…fel licht gebruiken in het aquarium, daar houden ze niet van. Met drijfplantjes zorg je voor een wat donkere omgeving en dat vinden ze prettig.

WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voor je ze in het water doet!