Sluiten

Sumatraan

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je hebt wel de hulp van je ouders nodig. Zorg in elk geval dat je alles weet over het goed houden en verzorgen van deze dieren en over hoe je een aquarium moet onderhouden.

Leuke weetjes

De sumatraan is een alleseter, dat wil zeggen dat hij insecten en wormpjes eet, maar ook planten. Een alleseter noem je met een duur woord ook wel ‘omnivoor’.

Sumatranen eten ook hun eigen eieren op. Als je dat niet wilt, moet je de volwassen dieren weghalen of een eierrooster gebruiken. Daar vallen alleen de eieren doorheen, de vissen kunnen er niet door.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De sumatraan is familie van de karper. Hij is zes centimeter lang en is goudgeel van kleur met meestal vier zwarte banden die van boven naar beneden lopen. Zijn rugvin heeft een rode rand, zijn buikvinnen zijn helemaal rood en er zit rood in alle andere vinnen en op zijn neus. Behalve deze kleuren vind je ook sumatranen in de kleuren goud, groen en albino (wit met rode ogen). Sumatranen kunnen vier tot vijf jaar oud worden.

Hoe leeft hij?

Sumatranen leven in scholen waarin de mannetjes de baas zijn. Ze komen voor in Indonesië, Maleisië en Thailand. Liefst zwemmen ze in helder of ondoorzichtig, ondiep water en rustige stroompjes. Ze hebben een eigen leefgebied (territorium) dat door de mannetjes wordt verdedigd tegen andere vissen.

Voortplanting

De mannetjes zijn wat kleiner en slanker dan de vrouwtjes, die een rondere buik hebben. Ook hebben de mannetjes wat meer rood op vinnen en neus en zijn de zwarte banen scherper afgetekend. Als ze twee maanden oud zijn kunnen sumatranen jongen krijgen. Het vrouwtje legt per keer ongeveer 100 tot 500 eieren tussen de bladeren van waterplanten. Tijdens het afzetten van de eieren houdt het mannetje het vrouwtje vast met zijn vinnen en bevrucht de eieren. Sumatranen bewaken en verzorgen hun eieren niet. Na twee tot drie dagen komen de eieren uit en weer twee dagen later zwemmen de jongen alweer rond.

Bijzonderheden over de sumatraan

Sumatranen willen nog wel eens aan lange vinnen van andere vissen knabbelen. Het is dus beter om ze niet samen te houden met vissen met lange sluierstaarten, lange vinnen of sprieten.

Omdat Sumatranen hele actieve visjes zijn, passen ze ook niet zo goed bij hele rustige vissen want die kunnen van hen schrikken. Maar het maakt ze wel heel leuk om naar te kijken!

Verzorging

Huisvesting

Je hebt voor sumatranen een aquarium nodig van minstens 80 centimeter. Het zijn echte scholenvissen, dus moet je er minstens zes tegelijk houden. Die kunnen dan in een school zwemmen. Daarvoor hebben ze wel open, stromend zwemwater nodig, liefst in de middelste waterlaag. Om de watertemperatuur tussen 22 en 26 graden te houden, gebruik je een verwarmingselement en een warmteregelaar (thermostaat). De zuurgraad moet tussen 6,5 en 7,5 liggen. De hardheid van het water moet tussen de 5 en 12 DH zijn. Met een waterfilter houd je het water schoon. Je hebt ook verlichting nodig. Planten zijn belangrijk: ze zorgen voor demping van het licht, ze zijn mooi, zorgen voor schuilplaatsen en helpen de waterkwaliteit goed te houden. Kies wel voor stevige planten, want zachte blaadjes worden vaak opgegeten. Gebruik donkere bodembedekking, dan zie je de kleuren van de vissen het beste. Vissen voelen zich niet veilig in een aquarium waar je helemaal doorheen kunt kijken. Neem dus een aquarium met een achterwand en doe er planten in om tussen te schuilen.

Voeding

Sumatranen eten droogvoer, diepvriesvoer en levend voer zoals watervlooien, tubifex (kleine wompjes) of muggenlarven. Ze hebben ook plantaardig voer nodig, bijvoorbeeld voedingstabletten of vlokken. Laat diepvriesvoer wel eerst ontdooien. Geef liever twee of drie keer per dag een klein beetje voer dan ineens een heleboel. Geef een portie die de vissen in enkele minuten opeten, anders vervuilt het water te veel. Bewaar het potje droogvoer niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.

Verzorging

Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.

Wat wel en wat niet!

NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastig vallen.

WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voor je ze in het aquarium doet!

NIET…fel licht gebruiken in het aquarium, daar houden ze niet van. Met drijfplantjes zorg je voor een wat donkere omgeving en dat vinden ze prettig.

WEL… nieuwe planten eerst goed afspoelen om parasieten te voorkomen.