Sluiten

Vuurstaartlabeo

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je hebt wel de hulp van je ouders nodig. Zorg in elk geval dat je alles weet over het goed houden en verzorgen van deze dieren en hoe je een aquarium moet opzetten.

Leuke weetjes

Als de vuurstaartlabeo zich niet lekker voelt, worden zijn kleuren bleker.

Een andere naam voor de vuurstaartlabeo is ‘franjelipbarbeel’.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De vuurstaartlabeo is familie van de karper. Hij is pikzwart met een felrode staartvin – de ‘vuurstaart’. Aan beide mondhoeken heeft hij een baarddraad. De vuurstaartlabeo kan vijftien centimeter lang worden. Er is ook een albino gekweekt, helemaal wit met een rode staart. De dieren worden tien tot vijftien jaar oud.

Hoe leeft hij?

Deze vissen komen oorspronkelijk uit Thailand. Daar leeft hij in stromend water, vooral in rivieren. Hij heeft zijn eigen leefgebied (territorium) en verdedigt dat op leven en dood tegen andere vuurstaartlabeo’s. De dieren schuilen graag tussen de planten. Als ze last hebben van stress of ziekte, wordt hun diepzwarte kleur bleker.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is bijna niet te zien. De vrouwtjes hebben een iets dikkere buik en zijn vaak wat minder diep van kleur. Het vrouwtje laat haar eieren los tussen de planten, waar ze door het mannetje worden bevrucht. Twee tot drie dagen later komen de eieren uit. De jongen blijven daarna twee tot vier dagen aan de planten hangen. Het mannetje bewaakt de eieren en jongen en zorgt voor ze. Na zeven tot tien weken krijgen de jongen hun rode staart.

Bijzonderheden over de vuurstaartlabeo

Vuurstaartlabeo’s zijn goede springers. Als je niet wilt dat ze eruit springen, heb je een aquarium met dekplaat nodig.

Van oorsprong komen deze vissen uit Thailand, maar daar worden ze niet meer gezien. We denken dat ze zijn uitgestorven.

Verzorging

Huisvesting

Je hebt voor vuurstaartlabeo’s een aquarium nodig van minstens 100 centimeter. Omdat de dieren onderling veel vechten, kun je er maar beter één tegelijk houden. Als je er andere vissen bij doet, neem dan geen kleine of gevoelige soorten. Vuurstaartlabeo’s zwemmen vooral in de onderste en soms de middelste waterlaag.
Om de watertemperatuur tussen 23 en 27 graden te houden, gebruik je een verwarmingselement en een warmteregelaar (thermostaat). De zuurgraad moet tussen 6,5 en 7,5 liggen. De hardheid van het water moet tussen de 8 en 15 DH zijn. Met een waterfilter houd je het water schoon. Verlichting is ook nodig. Planten zijn belangrijk: ze zorgen voor demping van het licht, ze zijn mooi, zorgen voor schuilplaatsen en helpen de waterkwaliteit goed te houden. Vissen voelen zich niet veilig in een aquarium waar je helemaal doorheen kunt kijken. Neem dus een aquarium met een achterwand en doe er planten in om tussen te schuilen.

Voeding

Vuurstaartlabeo’s zijn alleseters. Ze eten het liefst van de bodem, gebruik dus voer dat naar de bodem zinkt. Je kunt droogvoer geven en af en toe levend voer zoals muggenlarven, watervlooien of tubifex (kleine wormpjes). Diepvriesvoer kan ook, maar dat moet je wel eerst laten ontdooien. De vuurstaartlabeo eet graag algen of sla en eet ook voerresten van andere vissen op. Voer twee of drie keer per dag een klein beetje: geef een portie die de vissen in één tot twee minuten opeten. Als je droogvoer geeft, zet het potje dan niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren!

Verzorging

Kijk elke dag even goed of je vissen nog gezond zijn en let dan vooral op de huid, de vinnen en hoe ze zwemmen. Houd ook de temperatuur van het water in de gaten. Haal elke dag met een schepnetje resten voer en dode planten uit het water. Maak regelmatig het waterfilter schoon en ververs om de week ongeveer een derde van het water. In de dierenspeciaalzaak kun je spulletjes kopen om de kwaliteit van het water te testen, bijvoorbeeld de zuurgraad en de hardheid. Het glas van het aquarium moet ook af en toe schoongemaakt worden. Dat kan met een krabber, filterwatten of een magneetveger. Gebruik schoonmaakspullen zoals emmertje en schepnetje alleen voor het aquarium en nergens anders voor.

Wat wel en wat niet!

NIET…fel licht gebruiken in het aquarium, daar houden de vissen niet van. Met drijfplantjes zorg je voor een wat donkere omgeving en dat vinden ze prettig.

WEL… altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziektes bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voor je ze in het water doet!

NIET… de vissen onnodig storen of laten schrikken. Ga zo veel mogelijk op vaste tijden naar ze toe, daar wennen ze aan. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastig vallen.

WEL… nieuwe planten eerst goed afspoelen om parasieten te voorkomen.