Sluiten

Chinchilla

Is dit een huisdier voor jou?

Nee, chinchilla’s zijn nachtdieren, die overdag veel slapen en pas ’s avonds tevoorschijn komen als jij naar bed moet. Het is bovendien moeilijk om goed voor chinchilla’s te zorgen, ook voor volwassen mensen. En het zijn geen knuffeldieren, hoe gezellig en aaibaar ze er ook uitzien.

Leuke weetjes

Een chinchilla-mannetje noem je bokje.

Als er gevaar dreigt, fluiten chinchilla’s naar elkaar!

Als je een chinchilla plotseling van bovenaf oppakt, kan zijn haar loslaten. Dat is zijn natuurlijke bescherming tegen roofvogels die hem vanuit de lucht willen vangen.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De chinchilla heeft van nature een dichte, zilver- of blauwgrijze vacht met haren die altijd overeind staan. Zijn buik is licht gekleurd. Hij kan ook voorkomen in de kleuren zwart, bruin of wit, en ook bontgevlekt. Hij heeft grote oren, lange snorharen en een dik behaarde staart. Volwassen chinchilla’s zijn ongeveer 25 tot 35 centimeter lang, hun staart is tussen de 13 en 18 centimeter lang. Chinchilla’s worden gemiddeld tien jaar oud, en soms kunnen ze wel twintig jaar worden.

Hoe leeft hij?

De wilde chinchilla leeft in het Andes-gebergte in Zuid-Amerika. Hij leeft in rotsspleten of tussen de planten op de berghellingen. Overdag slaapt hij, ’s nachts gaat hij op zoek naar eten: planten zoals droge grassen, struiken en cactussen. Chinchilla’s leven in groepen en ‘praten’ met elkaar met piep- en knorgeluiden.

Helaas vind je ze in het wild bijna niet meer, doordat ze jarenlang zijn gevangen en doodgemaakt voor hun mooie vacht. Gelukkig is dat nu verboden en is de wilde chinchilla een beschermde diersoort.

Voortplanting

Vrouwtjes chinchilla’s kunnen al jongen krijgen als ze ongeveer een half jaar oud zijn, maar dat is niet zo goed voor ze want eigenlijk zijn ze dan nog te jong. Mannetjes kunnen zelfs al vader worden als ze pas drie maanden oud zijn. Dus een jonge chinchilla man mag je niet te lang bij zijn moeder laten zitten! Na een paring duurt het ongeveer 110 dagen totdat er 1 tot 3 jongen geboren worden. Ze hebben dan al een vachtje, kunnen lopen en hebben hun ogen open. Ze blijven ongeveer acht weken bij hun moeder, daarna moeten ze voor zichzelf kunnen zorgen. Vader chinchilla helpt bij het opvoeden van de jongen, maar als hij niet onvruchtbaar gemaakt is dan kan dat niet. Dan zou hij meteen weer met moeder gaan paren en heb je nog meer jonkies!

Bijzonderheden over de chinchilla

Chinchilla’s zijn groepsdieren, dus leven ze liefst samen met andere chinchilla’s. Ze kunnen er niet goed tegen om alleen te leven.

Twee volwassen chinchilla’s die voor het eerst bij elkaar worden gezet, moeten heel erg aan elkaar wennen en zullen nog wel eens vechten. Je kunt ze aan elkaar laten wennen door twee kooien naast elkaar te zetten, zodat ze aan elkaars geur kunnen wennen.

De chinchilla eet een deel van zijn eigen keutels op. Dat is niet vies maar juist goed: er zit vitamine B12 in de keutels.

Verzorging

Huisvesting

Twee chinchilla’s hebben een ruime kooi nodig van zeker anderhalve meter bodemoppervlak. Ook moet de kooi minstens anderhalve meter hoog zijn. Ze moeten kunnen rennen, springen en klimmen. Ook moeten ze op verschillende hoogten kunnen zitten, bijvoorbeeld op zitplankjes. Let wel op dat ze niet van heel hoog naar beneden kunnen vallen! 

Gebruik op de bodem bijvoorbeeld beukensnippers. Chinchilla’s zijn echte knaagdieren, een houten kooi knagen ze snel kapot. Daarom is een kooi van ijzer het beste. Zorg wel dat minstens één kant van het hok dicht is zonder tralies, want anders voelen de chinchilla’s zich niet veilig. Hij moet op een rustige plek staan, zodat de dieren overdag kunnen slapen. En niet in het volle zonlicht, want chinchilla’s kunnen slecht tegen hitte! Een temperatuur tussen 17 en 25 graden is mooi.

Chinchilla’s hebben een donkere slaapplek nodig. Daarvoor kun je een slaaphuisje in de kooi zetten. Ook andere schuilplekjes vinden ze fijn. Zet een paar keer per week een zandbak met heel fijn chinchillazand voor ze neer. Dat zand gebruiken ze om zich te ‘wassen’. Takken in de kooi vinden chinchilla’s heel prettig: ze kunnen er in klimmen én ze kunnen er op knagen.

Voeding

Chinchilla’s zijn heel gevoelig voor verkeerde voeding. Ze hebben vers voedsel nodig met veel vezels en weinig vocht. Je kunt speciaal chinchillavoer bij de dierenspeciaalzaak kopen. Daar zitten alle voedingsstoffen in die ze nodig hebben. Veel hebben ze niet nodig, zo’n 20 tot 30 gram per dag is genoeg voor een chinchilla. Verder is het erg belangrijk om dagelijks veel vers hooi of stro te geven. Geef geen voer dat voor andere knaagdieren bestemd is!

Als snoepje mogen ze een klein stukje gedroogd fruit hebben, zoals gedroogde appel of een rozijntje. Geef nooit vochtig fruit of groente.

Chinchilla’s moeten lekker kunnen knagen, geef ze daarvoor takken van fruitbomen of wilgen. Geef geen knaagsteen, want daar worden ze ziek van. Natuurlijk moet er altijd vers drinkwater zijn.

Verzorging

Minstens een keer per week moet de bodembedekking helemaal worden vervangen. Schoon water is heel belangrijk, dus elke dag het water verversen en regelmatig het voerbakje en de waterfles schoonmaken. De hele kooi moet elke maand worden schoongemaakt, liefst met een schoonmaakmiddel dat geschikt is voor dierenkooien. Je kunt dat kopen in de dierenspeciaalzaak.

Het is verstandig om elke dag goed te kijken hoe de chinchilla’s zich gedragen en of ze er goed uitzien. Een gezonde chinchilla is ‘s avonds actief, heeft een schone vacht, heldere ogen, een droge neus en poept stevige, droge keutels. Zijn die nat of zien ze er anders uit dan anders, dan kan er iets mis zijn. Zieke chinchilla’s zijn sloom, gaan apart zitten of knarsen met hun tanden. Als je twijfelt aan hun gezondheid, moet je zo snel mogelijk de dierenarts waarschuwen.

Wat wel en wat niet!

NIET… voer of snoepjes geven met suiker, vet of te veel eiwit. Daar kunnen chinchilla’s erg ziek van worden.

WEL…  voorzichtig oppakken. Beweeg rustig en benader hem van opzij of van voren. Wil je het goed doen, dan til je hem voorzichtig met twee handen op. Zorg dat je zijn achterkant ondersteunt en laat hem niet vallen. Nooit aan de punt van zijn staart optillen!

NIET…de chinchilla laten schrikken; als hij zich bedreigd voelt, kan hij je bijten of met urine sproeien.

WEL… heel goed de kooi schoonhouden en zeker geen plastic of andere onverteerbare dingen laten liggen. De chinchilla’s knagen eraan en kunnen er ziek van worden!