Sluiten

Grasmuis

Is dit een huisdier voor jou?

Grasmuizen kun je niet tam maken, het zijn kijkdieren en geen knuffeldieren. Ze kunnen nerveus zijn, het is dus meer een huisdier voor je ouders dan voor jou zelf. Maar je kunt wel helpen met verzorgen.

Leuke weetjes

Mannetjes grasmuizen hebben geen sterke muizenlucht zoals de mannetjes van gewone tamme muizen.

Het staartje van een grasmuis is nog langer dan zijn lijf, soms wel bijna 20 centimeter lang!

In een groep grasmuizen is er altijd één muis die hoger gaat zitten om de wacht te houden.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Er zijn verschillende soorten grasmuizen. Het zijn slanke diertjes die tussen de 8 en 18 centimeter lang worden. Ze hebben een bolle rug en hun staart is langer dan hun lijf. Ze zijn bruin op hun kop en rug, wit op hun buik en hebben een zwarte streep over hun rug lopen. Over hun flanken lopen donkere en lichte strepen. Twee soorten worden het meest als huisdier gehouden: de zebragrasmuis en de druppelgrasmuis. Ze lijken veel op elkaar, alleen is de druppelgrasmuis wat groter dan de zebragrasmuis en zijn bij de druppelgrasmuis de lichte strepen onderbroken. Grasmuizen worden twee en een half tot vier jaar oud.

Hoe leeft hij?

Grasmuizen leven in verschillende gebieden in Afrika, op open vlaktes met hoog gras (savannes), in open bos en op landbouwgronden. Ze leven in groepjes en zijn overdag actief, meestal aan het begin en het eind van de dag. Ze graven geen hol, maar maken een bolvormig nest van gras om in te slapen. Ook gebruiken ze wel ondiepe holen die andere dieren al gemaakt hebben. Door het hoge gras heen maken ze gangetjes die ze gebruiken als ze op zoek gaan naar eten.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is vrij gemakkelijk te zien. Bij volwassen muizenmannen kun je de balletjes zien en vrouwtjes hebben twee rijen tepeltjes op hun buik. Grasmuizen kunnen al vanaf acht weken jongen krijgen. Een muizenvrouwtje is ongeveer drie weken zwanger en krijgt dan twee tot zes jongen. Die zijn nog blind en kaal, wel kun je de streepjes over hun flanken al zien. Na ongeveer een week gaan de oogjes open en na vier weken zijn de jonge muizen al zelfstandig.

Bijzonderheden over de grasmuis

Grasmuizen zijn schuw en hebben snel last van stress. Oppakken is geen goed idee, dus zijn het geen knuffeldieren.

Grasmuizen leven bij elkaar in de buurt  en kunnen daarom het beste met één of twee andere grasmuizen gehouden worden. Zet nooit meer dan één mannetje in een groepje waar ook een vrouwtje is, en zet nooit zomaar volwassen grasmuizen bij elkaar, want dan gaan ze vechten.

Muizen hebben gevoelige luchtwegen en kunnen door kou, vocht en tocht snel kou vatten. Een verkouden muis niest, heeft een vies neusje of kan moeilijk ademen en maakt daarbij geluidjes.

Verzorging

Huisvesting

Muizen hebben ruimte nodig om te kunnen spelen. Voor twee of drie grasmuizen heb je een aquarium of terrarium van minstens 100 (l) x 50 (b) x 50 cm (h) nodig, liefst groter. Zorg voor een deksel van fijn gaas, want muizen kunnen heel hoog springen. Zet de bak op een lichte plaats, maar niet in de volle zon. Om ze de beweging te geven die ze nodig hebben, kun je ze een loopwiel geven. Kies er wel een die een dicht loopvlak heeft, aan één kant dicht is en minstens 20 cm in doorsnede is. Op de bodem van het verblijf gebruik je een laag zand of knaagdierstrooisel van ongeveer 5 cm dik. Neem geen stoffig zaagsel! Geef de grasmuizen ook een flinke berg hooi met lange stengels: daarin kunnen ze schuilen, slapen en scharrelen. Leg een dikke stronk hout in de bak, zodat er altijd een muis hoger kan zitten om te waken. Zorg voor voldoende schuilplekken in het muizenhuis: schuilhuisjes, buizen, doosjes of een omgekeerde bloempot. Zorg dat de temperatuur nooit onder de 18 graden zakt, de beste temperatuur is tussen de 22 en 25 graden. Je kunt daarom het beste een warmtelampje ophangen dat geen licht geeft. Let op dat de muizen niet bij de lamp of bij het snoer kunnen en dat het niet te warm wordt en hang de lamp niet boven het voer of drinkwater.

Voeding

Grasmuizen eten vooral planten, zoals grassen, knollen en zaden, maar ook wel eens insecten. Kies voor speciaal muizenvoer, te koop bij de dierenspeciaalzaak. Daar zit alles in wat ze nodig hebben. Je kunt dat aanvullen met een klein beetje parkietenzaad. Daarnaast kun je wat groenvoer geven, zoals andijvie, witlof, wortel, komkommer of sla. Kleine beetjes, anders krijgen ze diarree. Fruit is niet zo’n goed idee omdat er suiker in zit en daar kunnen de muizen niet goed tegen. Wilgentakken kun je geven om op te knagen. Eén keer per week kun je een levend insect geven, bijvoorbeeld een meelworm. Grasmuizen drinken veel en moeten elke dag vers drinkwater hebben. Doe dat liefst in een glazen fles. Als je een plastic fles hebt, moet die buiten de kooi hangen met alleen het ijzeren drinktuitje naar binnen, anders knagen ze hem kapot!

Verzorging

Houd het verblijf goed schoon. Haal etensresten weg, anders bederven ze. De muizen plassen en poepen vaak op dezelfde plekken. Schep daar de poep tenminste eens per twee dagen weg. Was de voerbakjes elke dag en geef elke dag schoon water. Ververs eenmaal in de twee weken de helft van de bodembedekking. Als je alles weghaalt, missen de muizen hun vertrouwde geur en dan kunnen ze last van stress krijgen. Laat ook de meeste nestjes die ze hebben gemaakt liggen. Leg af en toe wat nieuwe speeltjes (takken, lege doosjes) in het verblijf zodat ze zich niet vervelen.

Wat wel en wat niet!

NIET… plastic in het terrarium gebruiken, daar kunnen ze aan knagen en ziek worden.

WEL… je handen goed wassen als je met de muizen in de weer bent geweest!

NIET… de grasmuis oppakken aan zijn staart, die kan afbreken en groeit niet meer aan!

WEL… kun je de grasmuis in een doosje of kokertje laten lopen en hem daarin optillen (wel goed de opening afdekken!).

NIET… een vreemde grasmuis bij een bestaand groepje muizen zetten; deze wordt niet geaccepteerd. Daarom is het beter om de dieren van jongs af aan met elkaar te laten opgroeien.

WEL… als je met een grasmuis naar de dierenarts moet, de hele groep meenemen. Een muis die weg is geweest, wordt namelijk moeilijk weer in de groep opgenomen.