Sluiten

Agaatslak

Is dit een huisdier voor jou?

Sommige soorten wel, maar bedenk wel dat agaatslakken vooral actief zijn als het donker wordt. Overdag bewegen ze minder vaak. Wil je ze toch, zorg dan dat je precies weet hoe je deze dieren goed kunt houden en verzorgen en vraag of je ouders je helpen met het verblijf.

Leuke weetjes

De agaatslak is een meisje en jongen tegelijk. Dat heet met een moeilijk woord: hermafrodiet. Maar je moet er toch twee hebben om kleine slakjes te krijgen.

De agaatslak beweegt doordat spieren in zijn lijf van achteren naar voren samentrekken. Hij perst dan ook steeds een beetje slijm uit zijn lijf om makkelijker over de grond te kunnen glijden.

Bij langdurige droogte kruipt de slak helemaal in zijn schelp en maakt die dicht met een deksel van slijm en kalk. Hij kan daar wel een jaar lang in blijven tot het buiten weer vochtig is!

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Er zijn verschillende soorten agaatslakken. Ze zijn allemaal behoorlijk groot: de grootste kunnen wel bijna 30 cm lang worden. Daarom worden ze ook wel Afrikaanse Reuzenslakken genoemd. Ze hebben een groot slakkenhuis op hun rug, dat ruim 20 cm lang kan worden. Bij gevaar verstopt de slak zich helemaal in de schelp. Die is van kalk en heeft een dun, glanzend beschermlaagje. De kleur verschilt van lichtgeel tot bruin met daarop donkere strepen of vlekken. Het lijf van de slak is grijs of bruin, met vaak een donkere streep over de rug. Er bestaan ook albino slakken, die hebben een wit lijf óf een heel licht slakkenhuis óf allebei. Aan zijn kop zitten vier voelsprieten. Met de twee bovenste kan hij zien en ruiken. Met de onderste kan hij slijmsporen volgen en proeven.

Hoe leeft hij?

Agaatslakken leven in Afrika vooral in warme en vochtige tropische gebieden in de buurt van mensen, zoals bosranden, akkers, tuinen en plantages. Ze kunnen niet tegen zonlicht, dus kruipen ze overdag weg onder bladeren of onder de grond. Ze komen tevoorschijn als het nacht wordt, maar ook wel na regenbuien. Dan gaan ze op zoek naar eten: vooral planten, maar ook dode dieren of zelfs poep.

Voortplanting

Agaatslakken kunnen jongen krijgen als ze ongeveer een half jaar oud zijn. Ze leggen eitjes in een zelfgegraven kuiltje in de grond of tussen bladeren. De eieren hebben een stevige schaal en komen na ongeveer 2 tot 6 weken uit, soms sneller. De jongen blijven eerst nog een poosje onder de grond. Ze eten dan hun eigen eierschaal op. Daarna gaan ze boven de grond op zoek naar eten. De jonge slakjes hebben een heel dun, bijna doorzichtig slakkenhuisje en zijn dan nog erg kwetsbaar. Je kunt ze daarom beter niet met je handen oppakken. Tijdens het groeien wordt het huisje steeds dikker, groter en steviger.

Bijzonderheden over de agaatslak

Agaatslakken kunnen lang leven: drie tot zeven jaar, maar soms wel tien jaar! Dus je moet zeker weten dat je ze al die tijd wilt verzorgen.  

Agaatslakken houd je in een terrarium. Hoe je een terrarium opzet en moet onderhouden kun je lezen op de kids website van het LICG onder ‘Handig 

Agaatslakken moeten regelmatig baden. Als je geen waterbakje in het terrarium hebt, laat ze dan af en toe apart een bad nemen.

Niet alle dierenartsen hebben verstand van agaatslakken, zoek dus alvast een geschikte dierenarts.

Verzorging

Huisvesting

Voor twee tot vier agaatslakken is een terrarium van 60x30x30 cm vaak groot genoeg, maar als je een grote soort hebt dan kun je beter 80 x 40 cm nemen voor twee of drie dieren. Een groter terrarium kun je ook leuker inrichten. Op de bodem leg je een laag terrariumaarde van liefst 1- tot 15 cm dik, zodat de slakken erin weg kunnen kruipen. Ze moeten kunnen schuilen, dus zorg voor stukken boomschors, houtstronken of plastic bloempotten die op hun zij liggen. Zet een paar grote takken neer als versiering en om op te klimmen. Zet ze stevig vast. Pas op dat de slakken niet op iets hards kunnen vallen want dan beschadigt hun huisje! Echte planten eten ze vaak op, dus gebruik kunstplanten als versiering.

De temperatuur moet tussen de 20 en 27 graden zijn en mag nooit onder de 20 graden zakken, ook 's nachts niet! Je hebt daar warmtematjes of –lampen voor. Leg een warmtematjes niet onder het terrarium, want een slak die het warm heeft kruipt juist in de bodem. Doe hem tegen de zijkant. Gebruik je een warmtelamp, let dan goed op dat de slak er nooit tegenaan kan komen! Een ondiepe waterbak is fijn voor de vochtigheid en omdat de slakken graag een bad nemen. Kies een platte, stevige en zware bak die niet snel omvalt. Met een hygrometer (die meet hoeveel vocht er in de lucht zit) en een thermometer kun je de luchtvochtigheid en de temperatuur in de gaten houden. Verlichting is voor de slakken niet nodig: ze houden zelfs niet van veel licht dus hang geen felle lamp boven de bak.

Voeding

Agaatslakken eten vooral groenten en fruit. Denk aan komkommer, wortel, sla, andijvie, courgette, pompoen, zoete aardappel, kool, broccoli, bloemkool, bonen, spinazie, tomaat, banaan, appel, peer, meloen, mango, aardbei of papaya. Was alle groente en fruit heel goed af voor je het geeft, want het kan behandeld zijn met bestrijdingsmiddelen waar je slak dood van kan gaan. Eén of twee keer per week kun je voer geven waar vlees in zit, zoals geweekte hondenbrokjes of speciaal slakkenvoer. Ook moet er altijd kalk in het terrarium liggen, want de slakken hebben kalk nodig voor hun huis. Denk aan brokken sepia, goed gewassen eierschalen, vogelgrit of gemalen oesterschelp. Drinkwater is niet nodig als je het terrarium vochtig houdt door te sproeien en als je een waterschaal in het terrarium hebt.

Verzorging

Bekijk de slakken elke dag en kijk of de temperatuur en vochtigheid in het verblijf in orde zijn. Haal de witte poep van de slakken elke dag weg. Ook resten van het voer moet je elke dag weghalen. Maak dan meteen de bodem wat los, want door het slijm van de slakken kan er een hard laagje ontstaan.

Maak ook het waterbakje schoon en geef vers, lauw water. Geef daarna vers voer en besproei het verblijf en de slakken met schoon, lauw water – liefst tweemaal per dag.

Maak regelmatig de ruiten schoon met wat vochtig  gemaakt toiletpapier. Vervang de bodembedekking elke vier weken, en maak in ieder geval elke maand het hele terrarium schoon met heet water. Heb je meer dan één slak dan kunnen er eitjes in de bodem liggen. Giet daarom (voorzichtig!) kokend water over de bodembedekking die je uit de bak hebt gehaald voordat je die weggooit, want anders kunnen er eitjes in de natuur terecht komen en dat is niet goed.

Als je een slak van de ruit wilt halen, ga dan niet aan hem trekken. Sproei de ruit en de slak nat, maak je handen nat, lok zijn kop omhoog met iets lekkers en probeer dan je hand onder zijn kop te schuiven. Pak een slak die nog moet groeien niet aan de rand van zijn huisje vast, want die kan snel breken.

Wat wel en wat niet!

NIET… pasta of rijst voeren, want dat kan verstopping geven. Ook citrusvruchten, zout, gekruid voedsel, ui en peper zijn niet goed voor de slakken.

WEL… altijd je handen wassen (zonder zeep) voordat je de slakken uit het terrarium haalt. En achteraf je handen met zeep wassen!

NIET… het terrarium schoonmaken met schoonmaakmiddelen, want agaatslakken kunnen daar slecht tegen.

WEL…je handen nat maken als je een slak oppakt. Ondersteun hem goed zodat hij niet valt en zijn huisje beschadigt.