Sluiten

Langstaarthagedis

Is dit een huisdier voor jou?

Nee, maar samen met je ouders kan het wel. Dan moet je er wel voor zorgen dat je weet hoe je deze hagedis moet houden en verzorgen.

Leuke weetjes

Als je de langstaarthagedis bij zijn staart pakt, kan die loslaten. Het bijzondere is dat de staart daarna gewoon weer aangroeit. Alleen is hij dan soms minder mooi.

De langstaarthagedis dankt zijn naam aan de lengte van zijn staart, die wel vijf keer zo lang kan zijn als de rest van zijn lichaam!

Insecten die je aan de hagedis geeft, kun je het beste eerst lekker laten eten van bijvoorbeeld groente, fruit, honden- of kattenvoer of visvoer. Daardoor wordt hun voedingswaarde groter.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De langstaarthagedis is een lange, slanke hagedis die behoort tot de familie van de echte hagedissen. Hij heeft een staart die wel 30 centimeter lang kan worden, terwijl zijn lichaam maar 6 centimeter lang is. Zijn bovenkant is donkerbruin of olijfgroen, met daaronder lichtbruine lengtestrepen. Jonge en opgroeiende langstaarthagedissen hebben een groenere waas over hun lichaam dan volwassen langstaarthagedissen. De dieren worden ongeveer vijf jaar oud.

Hoe leeft hij?

De langstaarthagedis komt voor in Zuid-Oost Azië: China, Vietnam, Laos, Thailand en Indonesië. Hij leeft in warme, zonnige graslanden en open bossen. Langstaarthagedissen zijn overdag actief en zitten graag in de zon. Het zijn vrij actieve dieren.

Voortplanting

Langstaarthagedissen kunnen jongen krijgen als ze een jaar oud zijn. Het mannetje heeft een dikkere staartwortel en een iets dikkere kop en ook wat meer kleur dan het vrouwtje. In de paartijd geeft hij geurstoffen af waarmee hij vrouwtjes lokt. Een vrouwtje kan wel zes keer per jaar eieren leggen, hoogstens tien eieren per keer. Ze legt ze liefst op een vochtige plaats en na 25 tot 40 dagen komen de jongen uit het ei. Ze zijn dan van kop tot staart ongeveer zeven centimeter lang.

Bijzonderheden over de langstaarthagedis

Langstaarthagedissen zijn geen knuffeldieren en kunnen niet “tam” gemaakt worden. 

Langstaarthagedissen kunnen hun jongen opeten, dus haal die op tijd bij hun ouders weg. 

Kies voor een gekweekt dier en niet een die in het wild gevangen is. Gekweekte dieren zijn gewend aan een terrarium, gezonder en minder schuw. 

Word lid van een reptielenvereniging. Daar kun je terecht met al je vragen, bijvoorbeeld waar je bij jou in de buurt een goede reptielendierenarts kunt vinden.

Verzorging

Huisvesting

Voor een groepje van hoogstens zes langstaarthagedissen heb je een terrarium nodig van 100 x 40 x 60 centimeter. Er moet frisse lucht in kunnen, maar het mag niet tochten. Houd overdag een temperatuur aan van 25 tot 30 graden. ’s Nachts mag de temperatuur zakken tot ongeveer 20 graden. Om dit te regelen kun je een thermostaat gebruiken. Gebruik warmtespotjes om een paar warme, droge plaatsen te maken. Onder de spotjes mag het maximaal 35 graden worden. Gebruik een UV-lamp als vervanging voor daglicht. Dat is mooier en de dieren voelen zich er prettig bij. Bovendien helpt UV-licht bij het aanmaken van vitamine D3, wat belangrijk is voor hun botten. De lampen mogen iedere dag 12 tot 14 uur blijven branden. De luchtvochtigheid moet overdag 50 tot 60% zijn, en ’s nachts wel tot 80%. Omdat voor elkaar te krijgen, kun je een sproeiapparaat kopen. Leg op de bodem materiaal dat vocht langere tijd vasthoudt, zoals schors. Zorg voor veel klimgelegenheid, zoals levende en plastic planten, takken of droge rietbossen. Zorg voor voldoende schuilmogelijkheden. Leg een paar stenen neer om op te klimmen en op te zonnen.

Voeding

Langstaarthagedissen eten veel kleine insecten, zoals vliegen, krekels, wasmotten, kleine sprinkhanen en ook wel spinnen. Zorg voor veel afwisseling. Jonge dieren voer je iedere dag, volwassen langstaarthagedissen geef je driemaal per week te eten. Strooi vitaminen- en mineralenpoeder over de insecten die je voert. Zorg altijd voor vers water.

Verzorging

Houd het terrarium goed schoon. Haal iedere dag de mest uit het terrarium en maak het minstens twee keer per jaar helemaal schoon, ook de spullen en planten die er in staan. Vervang dan ook de bodembedekking. Als je een ontsmettingsmiddel gebruikt, spoel dan heel goed na en droog alles goed af. Geef de hagedis om de dag vers water. Twijfel je over de gezondheid van je hagedis, vraag dan om raad bij een dierenarts die veel weet van reptielen.

Wat wel en wat niet!

NIET…levende dieren voeren tijdens de vervelling; de hagedissen zijn dan extra kwetsbaar.

WEL… altijd je handen wassen als je met de hagedissen bezig bent geweest. Een terrarium zit vol bacteriën, ook die waar mensen ziek van kunnen worden.

NIET… een hagedis bij de staart oppakken, omdat deze kan loslaten.

WEL… zorgen dat er een geschikte legplaats voor eieren is: vochtig zand of een bakje met vochtig vermiculiet. Als een vrouwtje haar eieren niet kwijt kan, kan ze heel ziek worden.