Sluiten

Roodkeelanolis

Is dit een huisdier voor jou?

Nee, maar je kunt wel je ouders helpen als jullie thuis een roodkeelanolis hebben. Zorg dat je weet hoe je deze dieren goed kunt houden en verzorgen en hoe je een terrarium onderhoudt. Reptielen zijn geen knuffeldieren en zullen nooit echt “tam” worden!

Leuke weetjes

De roodkeelanolis kan van kleur veranderen, van bruin tot bleek grijs/bruin tot bijna helemaal zwart/bruin. Dat heeft te maken met hoe hij zich voelt. Als hij zich niet zo lekker voelt, wordt hij donkerder van kleur.

De roodkeelanolis kan over de muur en over het plafond lopen, doordat hij zachte kleefkussentjes onder zijn tenen heeft.

Er worden in Nederland ongeveer 300.000 reptielen als huisdier gehouden.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

De roodkeelanolis is groen of bruin gekleurd, met een witte buik. Hij heeft zijn naam te danken aan zijn roze keelwam, die hij snel uit kan klappen. Mannetjes gebruiken hem om indringers af te schrikken of vrouwtjes aan te trekken. De anolis kan van kleur veranderen, bijvoorbeeld door schrik, verandering van het licht of de temperatuur, of om zich onzichtbaar te maken. Mannetjes worden van kop tot staartpunt ongeveer 20 centimeter lang, vrouwtjes ongeveer 16 centimeter. De dieren worden acht tot tien jaar oud.

Hoe leeft hij?

De roodkeelanolis komt oorspronkelijk voor in het zuidoosten van de Verenigde Staten en in Mexico. Hij leeft daar vooral in wat vochtige streken en huist in bomen, struiken en tuinen. De roodkeelanolis is overdag actief en leeft het liefst in zijn eentje. Alleen in de paartijd zoeken de dieren elkaar op.

Voortplanting

Roodkeelanolissen kunnen jongen krijgen als ze ongeveer een jaar oud zijn. Mannetjes zijn wat groter en hebben een grotere keelwam. Vrouwtjes hebben een witte zigzagstreep op hun rug. Net na de winterrust, in de periode van mei tot september, is het paartijd. Het mannetje zoekt het vrouwtje op en lokt haar door te pronken met zijn keelwam. Het paren gaat heftig, waarbij er veel wordt gebeten. Na de paring legt het vrouwtje met tussenpozen van één tot vijf weken steeds één of twee eieren. Deze begraaft ze in losse, vochtige grond, meestal vlakbij een plant. Na ongeveer één tot anderhalve maand komen de jongen uit het ei, ze zijn dan ongeveer vijf tot zes centimeter.

Bijzonderheden over de roodkeelanolis

De roodkeelanolis houdt twee maanden winterrust. Dan eet hij minder en is hij minder actief.

Anolissen eten hun eigen jongen op! Haal deze dus meteen na de geboorte weg. De jongen zelf zijn ook niet erg vriendelijk voor elkaar, en moeten ook uit elkaar worden gehouden.

Koop liefst gekweekte dieren. Dieren die uit het wild zijn gevangen, dragen vaak bacteriën of parasieten bij zich en lijden snel aan stress.

Het is slim om lid te worden van een reptielenvereniging. Daar weten ze vaak heel veel over deze dieren en kunnen je met veel dingen helpen.

Verzorging

Huisvesting

Je kunt roodkeelanolissen alleen of als stelletje houden, niet met meer. Daarvoor heb je een terrarium van 50x50x70 centimeter nodig. De hoogte is nodig omdat roodkeelanolissen graag klimmen. Ze hebben dan ook liefst klimtakken die recht omhoog gaan. Het terrarium moet veel planten, klimgelegenheid en schuilplekken hebben. Geschikte planten zijn bodembedekkers en zogenaamde kokerplanten. Daar blijft water in staan, waar de anolis van kan drinken en het is goed voor het klimaat. Als bodembedekking kun je een mengsel van turf en zand of bosgrond gebruiken, eventueel gemengd met veenmos. Bekleed de achterwand en de zijwanden van het terrarium met schors of kurk. Zorg dat er twaalf tot veertien uur per dag licht is en gebruik daarvoor een UV-lamp. Gebruik als verwarming een halogeenlamp of reflectorlamp. Zorg dat de dieren niet tegen hete lampen aan kunnen lopen. Met een thermostaat regel je de temperatuur, die overdag tussen 20 en 35 graden en ’s nachts 18 tot 20 graden moet zijn. De luchtvochtigheid moet 50 tot 70 procent zijn (’s nachts 80 procent). Hiervoor kun je dagelijks sproeien met water.

Voeding

Een roodkeelanolis eet allerlei insecten zoals kleine krekels, vliegen en wasmotlarven. Geef ook af en toe wat zoete nectar (honingwater). ’s Zomers kun je zelfgevangen insecten geven. Die kun je vangen door op een plek met hoog gras met een groot schepnet over het gras te zwaaien. Opvliegende insecten belanden in het net. Doe ze in een pot en haal wespen en bijen eruit.
Voer drie keer per week, maar stop met voeren als de dieren gaan vervellen. Voor extra vitaminen en mineralen moet je het voer bestrooien met speciaal poeder dat je in de winkel koopt. Een vrouwtje dat eieren moet leggen, heeft meer eten en extra vitaminen en mineralen nodig. De anolis drinkt het liefst waterdruppels van bladeren, daarom moet je elke dag water sproeien. Zorg ook voor een bakje met vers water.

Verzorging

Houd het terrarium goed schoon. Haal elke dag voedselresten en mest weg, voordat je de anolis opnieuw voert. Geef ook elke dag schoon drinkwater en sproei elke dag wat water in het terrarium. Vervang de bodembedekking een paar keer per jaar en maak dan meteen de rest van het terrarium schoon, ook de spullen die er in staan en liggen. Spoel wel altijd heel goed na als je een schoonmaakmiddel hebt gebruikt! Anolissen worden minder snel ziek in een schoon terrarium en als ze zo weinig mogelijk spanning hebben. Als de anolis zich vreemd gedraagt en bijvoorbeeld slecht eet, ga dan naar een dierenarts die verstand heeft van reptielen.

Wat wel en wat niet!

NIET… vergeten om altijd je handen te wassen nadat je met de dieren of het terrarium bezig bent geweest. Reptielen kunnen bacteriën overbrengen.

WEL… voorzichtig zijn als je een anolis oppakt. Een dier dat niet gewend is om opgepakt te worden, kan bijten!

NIET… bij zijn staart pakken, want die laat dan los! Pak anolissen altijd voorzichtig van een tak, want als je dat te ruw doet kan hij zijn tenen bezeren.

WEL… tijdens de winterrust de temperatuur van het terrarium laten zakken tot 20 - 24 graden, het licht minder lang laten schijnen (8 – 10 uur), minder eten geven en minder sproeien. Na acht weken kun je weer langzaam aan naar de gewone behandeling terug gaan.

NIET… twee mannetjes bij elkaar zetten. Dat wordt vechten! Meestal kunnen vrouwtjes ook niet goed met elkaar overweg.

WEL… Een goede dierenarts zoeken die verstand heeft van reptielen, vóór je roodkeelanolis ziek wordt. Dan hoef je niet te zoeken als er iets aan de hand is.