Sluiten

Gans

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je moet wel zorgen dat je precies weet hoe je ganzen moet houden en verzorgen. Omdat het grote dieren zijn, die soms wat humeurig kunnen reageren, is het wel nodig dat je ouders je daarbij helpen. Je hebt bovendien heel wat ruimte nodig voor het houden van ganzen!

Leuke weetjes

Ganzen zijn heel waaks. Al in de tijd van de Romeinen (2000 jaar geleden) werden ze als ‘waakhond’ gebruikt, omdat ze luidkeels alarm slaan (‘gakken’) als er onbekenden komen.

Een beroemde gans is Wammes Waggel, vriend van Donald Duck. De naam ‘Wammes’ komt van ‘wam’, de huidplooi aan de keel of buik van ganzen.

De slagpennen van ganzenveren werden eeuwenlang door mensen gebruikt om mee te schrijven.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Ganzen zijn familie van de eend en de zwaan. Ze zijn fors gebouwd en hebben een lange hals en stevige poten die midden onder het lichaam of iets meer naar achteren staan. Ze hebben een sterke, hoge snavel. Veel rassen hebben een huidplooi aan de keel of buik: de ‘wam’. Bekende rassen zijn de Chinese knobbelgans (knobbel op de snavel), de Pommerse gans (bont bruin en wit) en de witte Emdener gans. Deze rassen verschillen in grootte, bouw, gewicht en kleur, maar ook in karakter. Ganzen worden gemiddeld tussen de 15 en 25 jaar.

Hoe leeft hij?

Tamme ganzen zijn groepsdieren. Grotere groepen bestaan vaak uit families, waarbinnen heel duidelijk is wie de baas is. Alle tamme ganzen slaan alarm als er vreemden op hun terrein komen, we noemen dat ‘waaks’. Sommige ganzenrassen beginnen dan luidkeels lawaai te maken, andere zijn rustiger. Ganzen brengen het grootste deel van de dag door met grazen op het land. Af en toe nemen ze een bad.

Voortplanting

Tamme ganzen kunnen jongen krijgen als ze één jaar oud zijn. Een stelletje blijft levenslang bij elkaar. De bevruchting gebeurt altijd in het water, ook daarom moet je altijd zorgen voor een vijver in de weide. Tamme ganzen leggen zo'n 10 tot 30 eieren per nest, om de dag één. Nadat het laatste ei gelegd is, begint het vrouwtje te broeden. Na 28 tot 30 dagen komen de eieren uit. Beide ouders zorgen voor de kuikens, die erg snel groeien, zeker als ze goed opfokvoer krijgen. Bij hun geboorte wegen veel ganzenkuikens nog geen 100 gram, na zeven weken wegen soms al vijf kilo!

Bijzonderheden over de gans

Mannetjes noemen we ‘genten’ en vrouwtjes ‘ganzen’.

Koop alleen ganzen bij een fokker die de dieren op een goede manier gehuisvest heeft en de tijd neemt om je vragen te beantwoorden

Koop alleen ganzen die er gezond en schoon uitzien en actief zijn. Als je begint, kun je het best een koppeltje volwassen dieren nemen. Kuikens kunnen beter door hun echte ouders worden opgevoed.

Houd rekening met de buren: kunnen zij het luidruchtige gakken van de nieuwe ‘waakhonden’ waarderen?

Verzorging

Huisvesting

Ganzen zijn groepsdieren, je moet er dus minstens twee houden! Per gans heb je zeker 50 vierkante meter grasland nodig. Met minder ruimte wordt het snel een modderpoel... Zorg voor een stevig hek van 1½ meter hoog. Gebruik fijn gaas, waar de ganzen hun kop niet door kunnen steken. Anders kunnen ze bekneld raken. Een schuilhok is niet echt nodig: ganzen kunnen uitstekend tegen kou. Eventueel kun je ze ’s nachts in een nachthok zetten, bijvoorbeeld als er in de directe omgeving een roofdier rondzwerft of als de ganzen te veel herrie maken.

Ganzen moeten kunnen baden, voor twee of drie ganzen is een vijvertje van ongeveer 35 centimeter diep, met een oppervlakte van vier vierkante meter, genoeg. De oevers van de vijver moeten licht aflopen zodat de ganzen gemakkelijk het water in en uit kunnen lopen. Zorg ervoor dat de vijver en de ruimte eromheen gemakkelijk schoongemaakt kunnen worden.

Gebruik voer- en waterbakken die de dieren niet kunnen vervuilen en die niet omgegooid kunnen worden. Zorg voor voldoende beschutting (boom, groepje struiken of een schutting) om de dieren in de zomer schaduw te bieden en tijdens de winter te beschermen tegen koude wind.

Voeding

In speciale ganzen- of watervogelvoeders zit alles wat ganzen nodig hebben, behalve het gras dat ze in de wei bij elkaar eten. Voer tweemaal per dag niet meer voer dan de dieren binnen vijftien tot dertig minuten opeten. De rest van de dag moeten ze gras eten. Als extra kun je af en toe wat brood of groente (fijn gesneden andijvie, boerenkool, witlof, sla, spinazie of wortel) geven. ’s Winters kun je zo nodig wat extra graan (géén kippengraan!) geven. Van te veel graan en/of brood worden ganzen vet, geef dit dus beperkt. Zorg altijd voor schoon drinkwater. Je kunt het voer geven op een schotel die je elke dag schoonmaakt. Zet hem op een ondergrond die gemakkelijk schoon te maken is, bijvoorbeeld een paar tegels, en liefst onder een afdak. Dan kan er geen vogelpoep in komen of regenwater. Zoals alle vogels hebben ganzen grit nodig om in hun maag het voedsel te kunnen vermalen. Zorg dus altijd voor een bakje met grit.

Verzorging

Ganzen poepen veel en daarom bestaat hun verzorging voor een groot deel uit het schoonhouden van de ganzenweide. Vervuild water en voedsel zijn de grootste veroorzakers van ziekte. Het badwater moet dus elke dag worden vervangen en poep moet worden weggehaald. Drink- en voerbakken moeten ook elke dag worden schoongemaakt. Let goed op de conditie van de ganzen, bijvoorbeeld bij het voeren. Een gans kan iets mankeren als zijn veren er niet mooi uitzien, zijn vleugels hangen, als hij mager wordt of apart gaat zitten, als hij veel slaapt of steeds schudt met z’n kop. Zet een mogelijk zieke gans apart en vraag advies aan de dierenarts.

Wat wel en wat niet!

NIET… vergeten de weide waar de ganzen leven heel goed schoon te houden.

WEL … zorgen dat je de ganzenweide en alles wat daar bij hoort, klaar hebt voordat je ganzen koopt. Anders heb je een groot probleem om de dieren onder te brengen.

NIET… een gans zomaar proberen te pakken. Behalve dat het je waarschijnlijk niet lukt, loop je de kans een flinke klap van een vleugel te krijgen of in je arm of gezicht gebeten te worden. Vraag een volwassene het dier te pakken.

WEL … de dierenarts vragen om je ganzen te kortwieken als je zeker wilt weten dat ze niet wegvliegen. Meestal is het niet nodig, omdat tamme ganzen te zwaar zijn om te kunnen vliegen.