Sluiten

Lama en alpaca

Is dit een huisdier voor jou?

Nee, niet zonder de hulp van een ervaren volwassene. Lama’s en alpaca’s zijn grote, sterke dieren en hebben bijzondere verzorging nodig, zoals vachtverzorging en het knippen van de nagels. Ook is het belangrijk dat je weet hoe groepen lama’s of alpaca’s leven en zich gedragen.

Leuke weetjes

Een pasgeboren lama of alpaca noemen we cria.

Een vrouwtjeslama of alpaca die boos is, spuugt naar een indringer. Ze doet dat alleen naar andere lama’s en alpaca's en normaal gesproken niet naar mensen.

Een lama of alpaca die is opgegroeid bij mensen kan mensen gaan zien als soortgenoot en ze – als hij boos is – ook bespugen.
 

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Lama’s en alpaca’s zijn rustige, kameelachtige dieren met een schouderhoogte van ongeveer 120 centimeter voor de lama en 90 centmeter voor de alpaca. Ze hebben een lange nek en een warme vacht. Lama’s en alpaca’s kunnen verschillende kleuren hebben, zoals wit, lichtbruin, roodbruin, donkerbruin, zwart of gevlekt. Net als alle kameelachtige dieren hebben ze een gespleten bovenlip. Ze hebben twee tenen en geen echte hoeven, maar een dikke eeltlaag onder hun voeten.
Om het verschil te zien tussen een lama en een alpaca kun je naar de oren kijken. Die van de alpaca zijn recht, maar bij de lama zijn ze een beetje krom: als bananen!
Er zijn verschillende typen lama’s en alpaca’s. Bij lama’s heb je de chaku, met een dikke wollige vacht, en de ccara, met een korte vacht, die vooral wordt gehouden voor zijn vlees en als werkdier. Bij de alpaca heeft de huacaya dichte wol, en de suri heeft lange strengen: een soort rasta-haar.
Een lama of alpaca wordt tussen de 15 en 20 jaar oud.

Hoe leeft hij?

Lama’s en alpaca’s komen niet in het wild voor. Ze stammen af van de guanaco en de vicogne. Die leven in groepen van mannetjes die meerdere vrouwtjes en jongen hebben, op de hoogvlakten van het Andes-gebergte in Zuid-Amerika. Er is heel duidelijk wie de baas is. Lama’s en alpaca’s raken elkaar zelden of nooit aan, dat geldt ook voor de moeders en hun jongen. Om elkaar te waarschuwen voor gevaar gebruiken ze geluiden. Lama’s en alpaca’s kunnen agressief zijn tegen roofdieren en ze bijten, schoppen en bespugen indringers.

Voortplanting

Een mannetjeslama of alpaca noemen we ‘hengst’ of ‘macho’, een vrouwtje ‘merrie’ of ‘hembra’. Een hengst is vruchtbaar als hij tussen de 2 en 3 jaar oud is, een merrie is al rond 1 jaar vruchtbaar. Ze kunnen het hele jaar paren, maar vaak gebeurt het aan het eind van de zomer en het begin van de herfst. Na elf tot twaalf maanden wordt er meestal één jong geboren, dat op dat moment tussen de 8 en 18 kilo weegt bij een lama en tussen 6 en 9 kilo bij de alpaca. Het jong drinkt vijf tot zes maanden melk bij z’n moeder. In de natuur blijft de moeder een jaar lang voor het jong zorgen.

Bijzonderheden over de lama en alpaca

Lama’s en alpaca's houden niet van knuffelen, ook al hebben ze misschien een aantrekkelijke dikke vacht.

Lama’s en alpaca's leven het liefst met soortgenoten samen, dus moet je ze niet in hun eentje houden.

Het is verstandig je lama of alpaca te laten chippen en registreren bij bijvoorbeeld AlpacaRegister Europe, Nederlands Alpaca Stamboek of Llama & Alpaca Registries Europe (LAREU). Als er dan een ontsnapt heb je die eerder terug dan wanneer hij niet geregistreerd is.
 

Verzorging

Huisvesting

Lama’s en alpaca’s zijn echte kuddedieren en kunnen het beste met meerdere dieren gehouden worden. Een weiland van 150 vierkante meter is groot genoeg voor drie lama’s. Voor elk dier erbij is 30 vierkante meter extra nodig. De bodem mag niet te zacht of te modderig zijn, want daar kunnen ze ontstekingen aan hun poten door krijgen. De omheining moet minstens anderhalve meter hoog zijn.
Zet geen mannetje met vrouwtjes bij elkaar. De kans bestaat dat het mannetje ‘zijn’ vrouwtjes wil beschermen en boos wordt op iedereen die binnenkomt. Houd mannetjes en vrouwtjes dus gescheiden. Lama’s en alpaca’s kunnen goed tegen warmte en kou, maar hebben wel beschutting nodig. In de schuilstal moet ieder dier minstens 2 vierkante meter ruimte hebben.

Voeding

Lama’s en alpaca’s zijn herkauwers en eten plantaardig voedsel. Geef ze als basisvoer speciale lama- en alpacabrokken, aangevuld met hooi en eventueel wortelen en bieten. Verder kun je ze in het weiland laten grazen. Let op dat daar geen giftige planten staan zoals Taxus of jacobskruiskruid. Voer de dieren twee keer per dag. Zorg bij meerdere dieren voor meerdere voederbakken op afstand van elkaar en hang deze op een ongeveer een meter hoogte. Zorg dat er altijd genoeg vers drinkwater is.

Verzorging

Lama’s en alpaca’s moeten geschoren worden, minstens eens per 2 jaar maar sommige elk jaar. Dat hangt af van zijn vacht. Als hun nagels te lang worden, moeten ze geknipt worden. En om de tanden kort te houden moeten de lama’s en alpaca’s op takken en twijgen kunnen knagen. Houd hun gebit goed in de gaten.
Lama’s en alpaca’s moeten minimaal tweemaal per jaar in overleg met de dierenarts behandeld worden tegen wormen en ingeënt worden tegen de Clostridium bacterie. Als een lama of alpaca gaat liggen en knarst met zijn tanden, dan heeft hij pijn. Schakel dan snel de dierenarts in.

Wat wel en wat niet!

NIET… vergeten in het weiland te kijken of er geen giftige planten staan zoals Taxus of jacobskruiskruid. Daar kan een lama of alpaca aan sterven.

WEL… voorzichtig zijn met het benaderen van lama’s en alpaca's. Ze kunnen naar achteren, naar voren en opzij schoppen. Het zijn sterke dieren en kunnen bijten of aanvallen als ze zich bedreigd voelen of hun territorium willen verdedigen.

NIET… knuffelen met een lama of alpaca, daar houden ze helemaal niet van.

WEL… altijd je handen wassen als je met de dieren bezig bent geweest. Lama’s en alpaca's kunnen ziekten overbrengen waar mensen ook gevoelig voor zijn, zoals TBC.