Sluiten

Mandarijneend

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je moet wel weten hoe je deze dieren goed moet houden en verzorgen. Vraag je ouders je daarbij te helpen.

Leuke weetjes

Mandarijneenden rusten en slapen op takken in hoge bomen. Vogels die dat doen, noemen we ‘roestende’ vogels.

In het water gaat de stuitklier van de eend werken en maakt vet dat de eend op zijn veren smeert om ze waterdicht te houden. Een ‘lekke eend’ is een eend waarvan het verenkleed niet meer waterdicht is. Deze eend kan kou vatten en ziek worden en moet dan naar de dierenarts.

Als je goudvissen in de eendenvijver doet, helpen die het water schoon te houden. Maar let op: dan moet je wel goed weten hoe je voor goudvissen moet zorgen!

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Voor een eend is de mandarijneend vrij klein: 42 - 51 cm. Het mannetje (woerd) is prachtig gekleurd. Hij heeft een oranje kop met rode snavel, een groen-bruine of paars-bruine borst, een witte buik en lichtbruine flanken. Op zijn rug heeft hij opvallende oranje-rood-bruine ‘vanen’ of waaiers, die wel op zeilen lijken. De ogen zijn donkerbruin en de poten zijn oranjegeel. Het vrouwtje is een stuk onopvallender. Ze heeft een grijze kop met grijs-rode snavel en een witte ring rond de ogen. De vleugels en de rug zijn bruin tot groen gekleurd, de borst en flanken bruin gevlekt. De buik is wit. Er worden ook blonde en witte mandarijneenden gekweekt. De vogels worden 10 tot 15 jaar oud.

Hoe leeft hij?

De mandarijneend komt uit Azië: Siberië, China, Japan en Korea. De dieren zwemmen graag, maar kunnen zich op het land ook goed redden. In de vrije natuur slapen en rusten ze vaak op takken van grote oude bomen. Het zijn schuwe dieren. Overdag verschuilen ze zich in de schaduw van bomen en struiken. Pas ’s avonds en ’s nachts gaan ze op zoek naar eten: waterplanten, rijst en andere granen. Mandarijneenden maken niet vaak geluid. In de broedtijd leven ze in paren of kleine groepjes en zijn ze te vinden langs rivieren, beekjes en meren. Ze zoeken daar de dichte begroeiing van struiken, bomen, waterriet en moerassen. Ze maken hun nest vaak op grote hoogte in boomholtes dichtbij het water.

Voortplanting

Mandarijneenden kunnen jongen krijgen als ze een jaar oud zijn. Stelletjes blijven meerdere jaren bij elkaar. De broedtijd begint eind maart of begin april en kan tot en met juni duren. Na het paren legt het vrouwtje acht tot vijftien eieren, die ze bedekt met haar eigen donsveertjes. Ze broedt de eieren in ongeveer 30 dagen uit terwijl de woerd de wacht houdt. De kuikens blijven na het uitkomen nog een dag tot twee dagen in het nest. Zodra hun moeder ze vanaf de grond roept, komen ze naar buiten. De moeder beschermt haar kuikens en laat in het begin geen enkele andere eend in de buurt komen. De kuikens zijn volwassen op een leeftijd van acht weken.
 

Bijzonderheden over de mandarijneend

Mandarijneenden zijn schuwe dieren, die eerst heel goed moeten wennen.

Mandarijneenden maken hun nest op grote hoogte in holle bomen. Als het zover is, roepen de ouders en springen de kuikens van soms wel 15 meter hoogte uit het nest naar beneden en komen ongedeerd terecht.

Koop alleen dieren die actief zijn en een mooi en schoon verenkleed hebben.

Verzorging

Huisvesting

Je kunt de vogels liefst in paartjes (mannetje met vrouwtje) houden op een veldje met een hek eromheen of in een volière met vijver. Mandarijneenden zijn vriendelijke dieren en kunnen goed samen met andere vogels. Voor één paartje is een kleine vijver van ongeveer twee vierkante meter en 60 centimeter diep voldoende. De dieren gebruiken de vijver niet alleen om in te zwemmen en te eten, maar ook om hun veren te verzorgen. Je kunt kant-en-klare eendenvijvers kopen of er zelf een maken met vijverfolie.

Zet om het veldje een hek met fijne mazen (5x5 cm) van minstens 120 cm hoog, anders klimmen ze eruit. Leg verder wat boomstammen of grote takken neer waar de eenden op kunnen klimmen om te rusten. Zorg ook voor een warm en tochtvrij nachthok, en afdakjes en planten om onder te schuilen tegen regen of felle zon. Mandarijneenden kunnen goed tegen de kou en kunnen dus het hele jaar buiten blijven.

Voeding

Het allerbelangrijkste voer is watervogelkorrel of eendenkorrel. In de broedtijd moet je als extraatje foktoomkorrels geven. Als aanvulling op de watervogelkorrel kun je af en toe wat groenvoer (waterplanten, gras of groente) en/of granen geven. Geef het voer onder een afdakje, zodat geen viezigheid in kan komen. Natuurlijk moet je zorgen dat er altijd vers drinkwater is!

Verzorging

Een schoon hok en schoon water zijn heel belangrijk voor de gezondheid van de eenden. Hou de vijver goed schoon, haal voedselresten en poep regelmatig weg en was elke dag de voer- en waterbakken af. Hou de eenden goed in de gaten om te zien of ze gezond en levendig zijn. Als hun gedrag verandert en ze zich bijvoorbeeld vreemd en suf gedragen, roep dan de dierenarts erbij!

Wat wel en wat niet!

NIET… de eenden aan hun kop, hals, poten of vleugels oppakken. Als je een dier moet pakken, pak het dan bij de romp vast en houd de vleugels tegen het lichaam.

WEL… zorgen dat je eenden niet kunnen wegvliegen, door de dierenarts te vragen je eenden te kortwieken. Kortwieken is het afknippen van een deel van de slagpennen van één of beide vleugels. Dit moet na elke rui herhaald worden.

NIET… de eenden te vaak oppakken. Omdat het schuwe vogels zijn, vinden ze oppakken helemaal niet prettig!

WEL… zorgen dat de dieren in een schoon hok zitten en altijd schoon water hebben om zich in te baden.