Sluiten

Valkparkiet

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar je moet wel zorgen dat je precies weet hoe je hem moet houden en verzorgen. Vraag je ouders om je daarbij te helpen. Als je meer wilt weten, lees dan boeken over deze vogel of volg een cursus. Valkparkieten zijn groepsdieren, dus hebben ze veel aandacht en gezelschap nodig, liefst van een soortgenoot. Ze kunnen wel 20 jaar oud worden.

Leuke weetjes

Valkparkieten proberen je aandacht te trekken door te roepen. Als je niet wilt dat ze dit steeds doen, moet je daar niet op reageren.

Valkparkieten houden van klauteren, daarom is een kooi met horizontale tralies het beste.

Valkparkieten blijven altijd bij elkaar als ze een stelletje zijn

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Een valkparkiet wordt van kuif tot staart ruim 30 centimeter lang. Het is een slanke vogel met een lange staart en zijn kuif kan hij overeind zetten. Hij is voor het grootste deel grijs, zijn kop is lichtgeel met aan beide kanten een oranje vlek. De snavel is donkergrijs, de ogen donkerbruin. De kuifveren zijn geel met iets grijs en op de vleugels loopt een witte balk. Bij het mannetje zijn de kleuren feller dan bij het vrouwtje. Valkparkieten zie je ook wel in andere kleuren, zoals albino (wit, met rode ogen).

Hoe leeft hij?

De valkparkiet leeft in Australië, in de buurt van water. De vogels leven altijd in paartjes of in groepen. Samen zoeken ze voedsel, bijna altijd op de grond. Ze 'praten' met elkaar door geluiden te maken of hun kuif en vleugels te bewegen. Is de valkparkiet opgewonden, dan staat z'n kuif omhoog. Is hij bang of gestrest, dan ligt deze plat. In de ochtend en avond roepen de vogels naar elkaar. Vooral de mannetjes maken veel geluid om aandacht te trekken. Je kunt ze goed leren om liedjes te fluiten of geluiden te imiteren, zoals de deurbel. Praten is moeilijker, maar sommige kunnen woordjes leren.

Voortplanting

Valkparkieten kunnen soms al jongen krijgen als ze een half jaar oud zijn, maar dat is eigenlijk nog veel te vroeg. Het is beter te wachten tot ze anderhalf jaar oud zijn. Twee weken na de paring begint de ‘pop’ (zo noem je het vrouwtje ook wel) eieren te leggen. Ze legt om de dag een ei, totaal zo’n vier tot zeven. Allebei de ouders broeden op de eieren. Na drie weken komen de eieren uit. De jongen zijn dan kaal met gele donsveertjes en hebben hun ogen nog dicht. Die gaan na zeven tot tien dagen open. Na tien dagen beginnen de eerste veren door te komen en na vier weken hebben de jongen al hun veren. Rond hun vijfde week vliegen ze uit en worden dan nog zo’n drie weken door beide ouders gevoerd.

Bijzonderheden over de valkparkiet

Het is heel moeilijk om het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes te zien. Om het zeker te weten kun je de dierenarts een DNA-test laten doen.

Jonge valkparkieten mogen volgens de wet pas na 51 dagen bij hun ouders worden weggehaald.

Valkparkieten zijn echte groepsdieren, dus houd ze samen met een soortgenoot zodat ze zich niet vervelen en samen kunnen spelen, slapen en elkaar verzorgen.

Verzorging

Huisvesting

Valkparkieten kunnen binnen of buiten wonen. Buiten kun je ze in een grote volière houden. Daar moet dan wel een tochtvrij binnenhok aan vast zitten. Valkparkieten zitten het liefst op echte takken. Op de bodem van de volière kun je beton of tegels gebruiken.

Wil je de vogels in de huiskamer houden, dan kun je het beste een huiskamervolière maken. Die moet worden ingericht met allerlei speelgoed, zodat de vogels steeds bezig kunnen zijn. Voor twee parkieten is een kooi van minstens 120 x 60 x 70 cm (lengte x breedte x hoogte) nodig. Dan moeten ze er wel regelmatig uit mogen, anders moet hij veel groter zijn. Op de bodem kun je stuifvrije kattenbakkorrels, beukensnippers of schelpenzand gebruiken. Zet de kooi op een rustige plek waar de vogels de kamer kunnen overzien. Niet in de volle zon of bij de verwarming! Zet de kooi tegen een muur of in een hoek en op een verhoging, dan voelen de vogels zich veiliger. Je kunt een klimboom of speelstandaard maken waar de parkieten op kunnen spelen als ze uit de kooi zijn.

Af en toe naar buiten is gezond, maar wel een beetje beschut en natuurlijk niet in de felle zon of als het heel koud is. Dek de kooi ’s nachts aan drie kanten af met een doek, en zorg dat ze dan 10 tot 12 uur rust hebben. Een klein nachtlampje in de kamer kan wel fijn zijn, want soms schrikken ze ’s nachts en dan kunnen ze in paniek raken.

Voeding

Valkparkieten hebben gevarieerd voedsel nodig: in de natuur eten ze vooral zaden, planten, vruchten en soms een insect. In de dierenspeciaalzaak of bij de dierenarts koop je kant-en-klaar voer (pellets) waar dit allemaal in zit. Geef daarnaast verse groenten, fruit en af en toe een noot. Zonnebloempitten mag je maar weinig geven, want die zijn te vet. Geef geen pitten van fruit, die kunnen giftige stoffen bevatten. Als extraatje kun je af en toe een meelworm of een stukje gekookte pasta geven. Geef nooit avocado of chocolade, dat is giftig voor vogels. Voor voldoende calcium en andere mineralen kun je een stuk sepia en een mineralenblok in de kooi hangen. Hieraan kunnen ze ook hun snavel scherpen. Zorg dat er altijd schoon drinkwater is.

Verzorging

Woonkamers zijn meestal te droog voor valkparkieten. Besproei de vogels daarom regelmatig met schoon, lauw water, en zorg voor badgelegenheid. Laat de parkieten dagelijks uit de kooi. Als je de vogels los in de kamer laat vliegen, pas dan op met snoeren, giftige planten en andere huisdieren en doe de gordijnen dicht zodat ze niet tegen het raam vliegen. Haal elke dag voedselresten en poep weg. Geef elke dag schoon drinkwater. Maak de kooi elke week schoon – vergeet dan ook de zitstokken en het badje niet en vervang ook de bodembedekking. Als de nagels te lang worden, kun je ze knippen. Wil je zeker weten dat het goed gebeurt, laat het dan door een dierenarts of ervaren iemand voordoen. Bekijk de valkparkieten elke dag om te zien of ze gezond zijn: alert en levendig. Twijfel je of ze gezond zijn, ga dan naar de dierenarts.

Valkparkieten zijn slim en willen iets te doen hebben. Geef ze speelgoed, bijvoorbeeld puzzels waarbij ze voer ergens uit moeten halen. Je kunt ze ook trainen, bijvoorbeeld om op je hand te stappen.

Wat wel en wat niet!

NIET…de valkparkieten in de keuken houden, want ze kunnen doodziek worden van de damp die van sommige koekenpannen afkomt.

WEL… altijd goed je handen wassen als je met de vogels bezig bent geweest. Valkparkieten kunnen ziekten bij zich hebben die mensen ook kunnen krijgen. Deze ziekten  heten zoönosen.

NIET…geurspray, geurkaarsen, haarlak of andere luchtjes gebruiken bij je valkparkiet, of hem laten leven in een kamer waar gerookt wordt. Daar kunnen ze niet tegen!

WEL… zorgen dat de vogels steeds genoeg vocht krijgen. Je kunt dat doen door ze regelmatig te besproeien.

NIET…steeds over zijn rug kriebelen, want dan kan hij in de war raken, denken dat jij zijn partner bent en eieren gaan leggen.

WEL… de gordijnen in de kamer ’s nachts dicht doen zodat je parkieten niet schrikken van autolampen of bewegingen buiten.