Koi kun je eraan wennen om uit je hand te eten.
Er zijn in Nederland en België wel 200.000 mensen die een koi vijver hebben.
Er wordt soms veel geld betaald voor koi. De hoogste prijs die ooit werd betaald, was 250.000 dollar.
Hoe ziet hij eruit?
De koi is een kweekvorm van de gewone karper en wordt ook wel koikarper genoemd. Hij heeft opvallende, felle kleuren. In kleine vijvers wordt hij meestal niet groter dan 50 centimeter, maar als hij meer ruimte heeft, wordt hij wel groter. Er zijn veel verschillende koi, die van elkaar verschillen in kleur en tekening. Bekende namen zijn de kohaku (wit met rode tekening), taisho sanke (wit met rode en zwarte tekening en de showa sanke (zwart met witte en rode tekening). Koi worden tussen 18 en 40 jaar oud.
Hoe leeft hij?
De koi is een door mensen gekweekte siervis, die al meer dan 100 jaar in Japan wordt gekweekt en sinds 100 jaar ook buiten Japan bekend is. Hij stamt af van de gewone karper en komt niet voor in het wild. Koi zijn actieve vissen, die de hele dag op zoek zijn naar voedsel. Ze wroeten hierbij in de bodem, maar halen ook voedsel op dat aan het wateroppervlak te vinden is.
Voortplanting
Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is bijna niet te zien. De mannetjes zijn meestal wat slanker en kleiner dan de vrouwtjes. Ook hebben de mannen puntige borstvinnen. Als ze tussen de twee en drie jaar oud zijn, kunnen koi jongen krijgen. Het vrouwtje legt, meestal in de lente, tienduizenden eitjes in de vijver. Het mannetje bevrucht ze daarna pas. De meeste eitjes worden opgegeten door de ouders. Na ongeveer zeven dagen komen de overgebleven eitjes uit. Na een tot twee maanden zijn de visjes drie tot acht centimeter lang. Na ongeveer drie jaar weegt een koi 1.200 tot 1.800 gram.
Bijzonderheden over de koi
Koi wroeten alles los, dus is het erg lastig om er planten bij te zetten. Een oplossing is een plantenfilter: een apart gedeelte waar planten in staan, waar het water doorheen stroomt, maar waar de koi niet bij kunnen.
Koi blijven altijd eten, dus pas op dat je niet te veel voer geeft. Anders worden ze te dik.