De rode rattenslang wordt ook wel ‘korenslang’ genoemd.
Met het ‘orgaan van Jacobson’, een soort reukorgaan dat in zijn bek zit, ‘ruikt en proeft de rattenslang de dieren waar hij op jaagt.
Als twee rattenslangen tegelijk dezelfde prooi pakken, kan het zelfs gebeuren dat de ene slang de andere opeet! Je moet ze dus altijd apart voeren.
Hoe ziet hij eruit?
De rode rattenslang wordt maximaal zo’n anderhalve meter lang. De wilde rode rattenslang is rood, oranje, bruin en zwart gekleurd, met een zwart-wit geblokte buikzijde. In gevangenschap worden ook rattenslangen gekweekt met allerlei andere kleuren. De rode rattenslang wordt ongeveer 15 jaar oud.
Hoe leeft hij?
De rode rattenslang leeft in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in het noorden van Mexico. Hij komt voor in dennenbossen maar ook op landbouwgronden. Hij is vooral ’s avonds en ’s nachts actief en jaagt dan op knaagdieren en soms ook op vogels. De slang ‘ruikt’ zijn prooi en heeft heel goede ogen, waarmee hij in het donker bewegingen kan zien. Hij pakt zijn prooi door zijn lichaam eromheen te wikkelen en het dier te laten stikken. De rode rattenslang leeft alleen.
Voortplanting
Rode rattenslangen kunnen jongen krijgen als ze twee tot drie jaar oud zijn. Ongeveer 35 tot 60 dagen na de paring legt het vrouwtje vijf tot dertig eieren. Eén tot twee weken voor het leggen van de eieren vervelt ze nog een keer. De eieren worden uitgebroed bij een temperatuur van 26 tot 29 graden, en een vochtigheidsgraad van 80 tot 90 procent. Na vijftig tot zeventig dagen komen ze uit. De pasgeboren jongen zijn zo’n 15 tot 30 centimeter lang. Na vijf tot tien dagen vervellen de diertjes, daarna kun je ze voor het eerst voeren met een jonge muis.
Bijzonderheden over de rode rattenslang
De rattenslang groeit zijn hele leven door en zal daarom zes tot zeven keer per jaar vervellen. Vlak voor het vervellen eet hij soms niet en is hij snel boos.
Vraag bij de gemeente of woningbouwvereniging na of zij moeite hebben met slangen als huisdier.
Koop het liefst een gekweekt dier. Dieren die uit het wild zijn gevangen, hebben vaak parasieten en ziektes bij zich en zijn erg gevoelig voor stress. Ook zijn ze moeilijker ‘tam’ te maken.
Het is slim om lid te worden van een reptielenvereniging. Daar zijn ervaren mensen die je kunnen helpen met problemen.