Gouden gekko’s kunnen tegen de muur of zelfs ondersteboven over het plafond lopen!
Als je een volwassen gekko onverwacht oppakt, kan hij net als een stinkdier een vieze lucht verspreiden om je af te schrikken.
Als de gekko wordt aangevallen door een roofdier, kan hij een deel van zijn staart loslaten om zo zijn aanvaller voor de gek te houden. Dit heet ‘autotomie’.
Hoe ziet hij eruit?
De gouden gekko heeft zijn naam vanwege de gouden glans over zijn lichaam. Zijn basiskleur is geelbruin tot olijfgroen, waar lichtbruine dwarsstrepen overheen lopen. Zijn buik is licht gekleurd. Gouden gekko’s worden ongeveer 15 tot 25 centimeter lang. Gekko’s afkomstig uit verschillende gebieden verschillen weer in grootte en tekening. De gouden gekko kan tien jaar oud worden.
Hoe leeft hij?
De gouden gekko leeft oorspronkelijk in de regenwouden van Vietnam (Azië). Het is een nachtdier dat zich in de bomen ophoudt. Hij is vrij schuw. Hij eet insecten, maar ook wel kleine knaagdieren en kleine hagedisjes, en soms fruit. Mannetjes kunnen onderling flink vechten. De gouden gekko kan zijn kleur iets laten aanpassen aan de ondergrond. Bij stress of kou wordt hij donkerder.
Voortplanting
Het mannetje heeft een bredere staartwortel dan het vrouwtje en bij zijn buik twee verdikkingen. Onderaan zijn buik, net voor het begin van de staart, heeft hij kleine gaatjes in een omgekeerde V-vorm. Ook is hij feller geel gekleurd op zijn rug dan het vrouwtje. Het vrouwtje legt per keer twee eieren. Hoe kouder het is, des te langer het duurt voor de eieren uitkomen. Bij 28 graden duurt het ongeveer tien weken. Je kunt pasgeboren jongen het best apart van de ouders houden.
Bijzonderheden over de gouden gekko
De gouden gekko heeft gauw last van stress. Hij houdt er niet van om opgepakt te worden en kan dan bijten.
Als je een gekko koopt, let dan op dat hij niet mager is, oplettend is en heldere ogen heeft. Hij mag geen tenen missen en moet een schone huid en neus hebben.
Gekko’s die uit het wild zijn gevangen, hebben vaak ziektes en parasieten. Ze zijn vaak kwetsbaarder in gevangenschap dan gekweekte dieren, die gewend zijn aan het leven in een terrarium.