Huisvesting
Omdat maanvissen in de vrije natuur in scholen leven, kun je het beste vijf of zes maanvissen tegelijk nemen. Je kunt ze samen met andere vissoorten houden – liefst rustige soorten, omdat maanvissen zelf ook erg rustig zijn. Maanvissen zwemmen niet veel. Ze leven vooral in het midden van het aquarium, dus niet zo vaak op de bodem of aan de bovenkant net onder het wateroppervlak.
De dieren hebben een aquarium nodig van minstens 120 centimeter lang en 50 centimeter hoog. De watertemperatuur moet tussen de 24 en 28 graden zijn. Gebruik een verwarmingselement en een thermostaat zodat de temperatuur niet schommelt.
De zuurgraad van het water (pH-waarde) mag niet te hoog zijn, tussen 6 en 7 is het beste. Maanvissen hebben het liefst zacht water met een totale hardheid tot ongeveer twaalf DH. Ook heb je voor je maanvissen een waterfilter en verlichting nodig. Het water mag niet te hard stromen.
Zorg ervoor dat het licht ongeveer twaalf uur per dag aan staat. Met drijfplantjes zorg je ervoor dat het water een beetje schemerig wordt, dat vindt de maanvis prettig. Ook helpen planten om het water in je aquarium gezond te houden. Planten met lange, omhoog groeiende bladeren passen het beste bij de maanvis. Met een donkere bodembedekking komen de kleuren van je vissen het beste uit.
Voeding
Maanvissen eten liefst levend voer, zoals muggenlarven en watervlooien. Droogvoer lusten ze ook, maar ze doen het er minder goed op dan veel andere vissen. Diepvriesvoer kan ook, maar laat dat wel eerst ontdooien voordat je het in het water doet. Jonge maanvissen kun je bijvoorbeeld watervlooien geven. Geef niet steeds hetzelfde voer, maar wissel dit af. Zo houd je de vissen gezond. Voer twee of drie keer per dag een klein beetje, en geef niet meer dan wat de vissen in één tot twee minuten kunnen opeten. Als er veel voedsel achterblijft, voer je simpelweg teveel. Als de maanvissen niet meer willen eten, kan dat komen doordat het water te vies is.
Verzorging
Zorg dat het water schoon en gezond is. Haal voedsel- en plantenresten uit het water met een speciale zuiger of een schepnetje. Kijk elke dag of de temperatuur goed is en of de vissen nog vrolijk rondzwemmen. Maak het filter regelmatig schoon en vervang om de week ongeveer een derde van het water. Gebruik altijd water op de juiste temperatuur en gebruik een waterbehandelaar.
NIET… het potje van het droogvoer op de lichtkap van het aquarium laten staan, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.
WEL … altijd je handen wassen nadat je met het aquarium bezig bent geweest. Vissen kunnen ziekten bij zich dragen waar mensen ook ziek van worden. Maar was ook je handen, zonder zeep, voordat je ze in het water doet!
NIET… kleine visjes zoals neontetra’s bij maanvissen zetten. Maanvissen zien deze kleintjes soms voor voedsel aan en eten ze op.
WEL … nieuwe planten voor het aquarium afspelen voordat je ze in het water doet. Dit is om te voorkomen dat er parasieten in het water komen.