Muis

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, muizen zijn leuke, actieve acrobaatjes die graag vrienden worden met mensen. Ze kunnen erg tam worden en zijn vrij eenvoudig te verzorgen. Uiteraard moet je wel weten hoe je ze moet verzorgen en moeten je ouders willen helpen. Zo moet je weten dat muizen te klein en kwetsbaar zijn om veel op te pakken of overal mee naartoe te nemen. Het zijn geen knuffeldieren, maar vooral dieren om naar te kijken.

Leuke weetjes

Muizen die veel kunnen spelen, zijn slimmer dan muizen die zich vervelen.

Een muizenhart klopt wel tussen de 300 en 700 keer per minuut.

Het staartje van een muis is even lang als zijn hele lijf of nog wat langer, soms is het wel tien centimeter lang!

Muizen zijn dol op pindakaas, als er een ontsnapt is kun je hem daar mee lokken.

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Muizen hebben een spits kopje met grote ronde oren. Er zijn wel zo’n duizend soorten muizen, zoals sneeuwmuizen, bosmuizen, veldmuizen, woestijnmuizen en huismuizen. De kleurmuis wordt meest als huisdier gehouden en is vrij gemakkelijk te verzorgen. Hij is ongeveer zes tot tien centimeter lang en heeft een lange staart. Hij komt voor in heel veel kleuren, tekeningen en soorten vacht. Muizen hebben een typisch muizenluchtje, vooral de mannetjes ruiken sterk. Sommige mensen vinden dat prima, anderen vinden het stinken.

Kleurmuizen worden gemiddeld één tot twee jaar oud.

Hoe leeft hij?

In de natuur leven muizen in groepen waarin heel duidelijk is wie de baas is. Ze verspreiden, net als honden, geursporen om zo aan andere muizen te laten weten dat dit hun gebied is, maar ook om routes uit te zetten waarlangs ze de weg kunnen vinden. Muizen 'praten' met elkaar door geuren en geluiden. Ze kunnen heel hoge geluidjes maken, die mensen niet kunnen horen. Muizen zijn erg beweeglijk en kunnen goed klimmen, springen en rennen. Net als veel andere knagers zijn het nachtdieren. Ze brengen een groot deel van de dag slapend door, maar kunnen overdag ook wel actief zijn.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is vrij gemakkelijk te zien. Bij volwassen muizenmannen kun je de balletjes zien en vrouwtjes hebben twee rijen tepeltjes op hun buik. Kleurmuizen kunnen al vanaf vier à vijf weken jongen krijgen. Een muizenvrouwtje is ongeveer drie weken zwanger en krijgt dan twee tot veertien jongen! Na vijf tot zes weken zijn de jonge muizen zelfstandig.

Bijzonderheden over de muis

Bijna iedereen kent tamme witte muizen, maar deze diertjes kunnen worden gefokt in allerlei kleuren. Vandaar dat liefhebbers ze 'kleurmuizen' noemen. Ze stammen af van wilde huismuizen.

Muizen leven in groepen en daarom is het zielig om een muis alleen te houden. Hij heeft soortgenoten nodig om gelukkig te zijn. Kies daarom voor minstens twee dieren, liefst een groepje van drie tot vijf muizen. Kies voor vrouwtjes, want mannetjes gaan vechten. Zet nooit een vreemde muis bij een groepje, want ook dan gaan ze vechten!

Bijzondere muizensoorten, zoals stekelmuizen, grasmuizen en dwergmuizen, zijn wat schuwer en vluchten vaak als je ze wilt pakken. Ook omdat ze zich graag verstoppen, zijn ze minder geschikt als huisdier.

Verzorging

Huisvesting

Muizen hebben ruimte nodig om te kunnen spelen. Voor twee tot vier muizen heb je een glazen of plastic bak (aquarium of terrarium) van minstens 60 x 40 x 30cm nodig. Zorg voor een deksel van fijn gaas, want muizen kunnen heel hoog springen. Om ze de beweging te geven die ze nodig hebben kun je ze tunnels, trapjes, klimtouwen en een loopwiel geven.

Een flinke laag bodembedekking die goed vocht opneemt, zorgt ervoor dat muizenplasjes en vieze geurtjes snel verdwijnen. Zaagsel is niet geschikt, dat is vaak te stoffig. Bodembedekking van maïs, hennep of kattenbakkorrels is beter. Zorg voor voldoende schuilplekken in het muizenhuis. Denk aan knaagdierhuisjes of vogelnestkastjes gevuld met bijvoorbeeld papiersnippers of een flinke pluk hooi, waar de muizen zich veilig in voelen en niet gestoord worden. Muizen zijn slim en nieuwsgierig. Geef ze steeds iets nieuws in hun hok om mee te spelen, bijvoorbeeld een lege wc-rol of een doosje. Zo hebben ze iets te onderzoeken.

Voeding

Muizen zijn alleseters. Ze houden van granen en zaden, maar bijvoorbeeld ook van insecten. Kies voor speciaal muizenvoer, te koop bij de dierenspeciaalzaak. Daar zit alles in wat ze nodig hebben. Daarnaast kun je ze wat groenvoer of fruit geven, of wat muesli of vogelzaad. Wilgentakken en harde hondenkoekjes kunnen dienen als knaagmateriaal. Knaagblokken en vitaminedruppels zijn niet nodig, de muis krijgt er vaak te veel mineralen en vitaminen door binnen.

Kleurmuizen drinken veel en moeten elke dag vers drinkwater hebben. Doe dat liefst in een glazen fles. Als je een plastic fles hebt, moet die buiten de kooi hangen met alleen het ijzeren drinktuitje naar binnen, anders knagen ze hem kapot!

Verzorging

Maak de bak een keer per week schoon. Haal voedselresten weg, anders bederven ze. Muizen zetten met hun plas spoortjes uit om hun gebied af te bakenen. Als je hun hok steeds heel goed schoonmaakt, zullen ze ook meer gaan plassen om hun eigen geur terug te krijgen. Dit kun je voorkomen door tijdens het schoonmaken wat van de oude bodembedekking met hun geur daarin te laten liggen. Muizen met te lange, scherpe nagels kunnen zichzelf tijdens poetsbeurten pijn doen. Laat de dierenarts dus regelmatig hun nagels knippen. Ook kunnen ze te lange of scheve tanden krijgen, laat de dierenarts daar ook regelmatig naar kijken. Muizen hebben gevoelige luchtwegen en kunnen door kou, vocht en tocht snel kouvatten. Een verkouden muis maakt hikkende, sniffende, brommende, piepende of reutelende geluiden.

Wat wel en wat niet!

NIET… mannetjes en vrouwtjes samen houden, dat levert aan de lopende band jonge muisjes op.

WEL … een deksel op de bak waar je de muizen in houdt, anders springen ze eruit!

NIET… de muis oppakken aan zijn staart, daarmee doe je hem veel pijn.

WEL … kun je de muis met beide handen oppakken en vasthouden, met daarbij de ene hand onder en de andere hand iets over de muis. Ook kun je hem in bijvoorbeeld een plastic bakje laten lopen en hem daarin optillen.

NIET… een vreemde muis bij een bestaand groepje muizen zetten; deze wordt niet geaccepteerd.

WEL … Een groepje muizen van jongs af aan met elkaar laten opgroeien.