Schaap

Is dit een huisdier voor jou?

Ja, maar wel samen met je ouders. Je moet zorgen dat je precies weet hoe je schapen moet houden en verzorgen. Schapen moet je altijd met meerdere tegelijk houden, ze zijn groot en hebben veel leefruimte nodig.

Leuke weetjes

Schapen kunnen door hun dikke wollen vacht heel goed tegen de kou. Van 15 tot 20 graden vorst hebben ze geen last.

Een ‘belhamel’ is een gecastreerd mannetjesschaap (ram) met een bel om zijn hals, dat de kudde leidt. Bij mensen is een belhamel een kind dat veel kattenkwaad uithaalt.

Een schaap heeft vier magen: de pens, netmaag, boekmaag en de lebmaag.

In Australië worden heel veel schapen gehouden. Er leven 20 miljoen mensen en wel 150 miljoen schapen!

Maak kennis met dit dier

Hoe ziet hij eruit?

Het schaap stamt af van de moeflon, een dier dat 'gewone' haren heeft en geen dikke wol. Mensen fokken verschillende schapenrassen voor vlees, wol of melk. Het zijn vooral de 'wolschapen' die we in Nederland veel zien, maar er zijn ook rassen die worden gehouden om het gras kort te houden, zoals de heideschapen. Ook zijn er schapen met 'gewoon' haar zoals de Kameroen of dieren met prachtig gedraaide horens zoals de Wiltshire horn. Schapen kunnen 15 tot 20 jaar oud worden.

Hoe leeft hij?

In het wild leven schapen op open vlakten in rotsachtige streken. Het zijn vriendelijke kuddedieren die het allerliefst samen met andere schapen leven. Je moet ze dus niet in hun eentje houden. Eventueel samen met geiten kan ook. Schapen zijn voorzichtig en eten vooral gras en blaadjes, terwijl geiten juist ook dol zijn op twijgjes, takken en boomschors. Schapen zijn minder eigenwijs en gehoorzamer dan geiten. Ze volgen de andere leden van de groep en doen minder waar ze zelf zin in hebben. Het spreekwoord 'als er één schaap over de dam is, volgen er meer' klopt dus helemaal! Schapen kunnen goed wennen aan mensen in de buurt.

Voortplanting

Een mannetjesschaap noemen we ‘ram’, een vrouwtje ‘ooi’. Als ze een halfjaar oud zijn, kunnen ooien al gedekt worden. Dat gebeurt meestal in de herfst, zo’n beetje in oktober en november. Na ongeveer 21 weken worden dan de lammetjes geboren. Jonge ooien krijgen vaak maar één lam, volwassen ooien krijgen er wel twee of drie. De eerste weken van hun leven drinken de lammetjes alleen moedermelk, maar als ze wat ouder worden gaan ze steeds meer hooi, gras en lammerkorrels mee-eten. Als de lammeren ongeveer twee maanden oud zijn, hebben ze geen moedermelk meer nodig. Ze kunnen dan bij hun moeder weg, maar dat hoeft niet. Je moet wel de jonge rammen op tijd bij de ooi weghalen zodat ze niet met haar gaan paren.

Bijzonderheden over het schaap

Schapen die op hun rug komen te liggen kunnen zichzelf vaak niet meer terugdraaien en kunnen zo sterven. Waarschijnlijk gaan ze op hun rug liggen omdat ze jeuk hebben.

Een pasgeschoren schaap is extra gevoelig voor kou en felle zon.

Alle schapenhouders moeten een UBN nummer (Uniek Bedrijfsnummer) hebben. Schapen moeten verplicht geregistreerd worden. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met een chip in combinatie met een oormerkje.

Schapen zijn groepsdieren (kuddedieren) en worden ongelukkig als ze niet met soortgenoten (of bijvoorbeeld geiten) samen kunnen leven. Het gelukkigst is een schaap met andere schapen samen.

Verzorging

Huisvesting

Schapen kunnen door hun dikke wol heel goed tegen kou. Wel hebben ze een stal of afdak nodig om te schuilen voor harde regen of felle zon. Ook is een stal prettig als er een lammetje geboren moet worden. Als je geen stal mag bouwen, kun je een sleepstal kopen, dat is een schuilhok dat niet vast op één plek staat, maar verplaatst kan worden. De schapenwei kun je afzetten met schapengaas, dat rechthoekige mazen heeft, die aan de onderkant smaller zijn dan boven. Zo kunnen lammetjes er hun kop niet doorheen steken. Als er sloten om het weiland liggen, moet je ’s winters oppassen dat de schapen niet over het ijs ontsnappen, of door het ijs zakken!

Voeding

Schapen zijn herkauwers, net als koeien. Ze eten voornamelijk gras en hooi. Pas op dat ze geen giftige planten zoals Taxus eten, dat kan dodelijk zijn. Ook moet je oppassen dat er geen Jakobskruidkruid in de wei staat of in het hooi zit, want dat is ook giftig. Verder kun je schapen brood, wortelen of groenteafval voeren. Schapenbrokken vinden ze heerlijk, maar die zijn vooral voor vrouwtjes (ooien) die in verwachting zijn (of net lammetjes hebben) of voor schapen die wat zwak zijn, bijvoorbeeld doordat ze net ziek zijn geweest. Zorg altijd voor voldoende drinkwater!

Verzorging

Omdat schapen meestal op zacht gras lopen, slijten hun hoeven niet en moet je ervoor zorgen dat die niet te ver doorgroeien. Laat de dierenarts of een ervaren schapenhouder hun hoeven bekappen (knippen). Schapen moeten een paar keer per jaar ontwormd worden, vraag de dierenarts om advies. Om te voorkomen dat ze wormen krijgen kun je de schapen regelmatig op een nieuw stuk weiland zetten. Omdat het anders veel te warm wordt, moeten schapen vóór de zomer geschoren worden. Dat gebeurt meestal in mei of juni. Laat dit over aan een ervaren schaapsscheerder. Die begin te scheren onder de kop, en hij werkt richting staart, waarbij hij de dikke laag wol in één geheel van het schaap verwijdert. Er blijft een zomerjasje van twee centimeter dik op het schaap achter. Als zijn wol weg is, verandert er nogal wat voor het schaap. Zo is een geschoren schaap gevoelig voor kou en felle zon.

Een dier dat plotseling sloom en suf wordt en apart van de groep gaat staan, kan ziek zijn. Waarschuw dan de dierenarts.

Bij schapen komt Q-koorts voor. Een zwangere ooi die Q-koorts heeft, krijgt een miskraam, maar verder wordt ze niet ziek. Maar Q-koorts is besmettelijk voor mensen, die er een soort griep van krijgen.

Wat wel en wat niet!

NIET… je schapen giftige planten zoals Taxus laten eten, dat kan dodelijk zijn. Controleer dus de wei of daar giftige planten groeien.

WEL … een schaap dat op zijn rug ligt helpen om overeind te komen. Een schaap met een volle vacht kan namelijk niet zelfstandig omdraaien.

NIET… je schapen voeren kort voordat ze geschoren worden. Tijdens het scheren worden ze op hun zij en rug gelegd. Als ze dan een volle buik hebben, kunnen ze ernstig last krijgen van hun darmen. Schapen mag je ook nooit helemaal omrollen.

WEL … de hoeven van je schapen een paar keer per jaar laten bekappen, anders groeien ze te ver door.