Huisdieren en overgewicht

Niet alleen mensen, maar ook huisdieren zijn vaak te dik! Bijna 2 miljoen honden en katten in Nederland hebben last van overgewicht. En het worden er steeds meer. Als je huisdier te dik is, kan het daar ziek van worden. In dit stuk lees je hoe overgewicht ontstaat, wat je dier ervan kan krijgen en wat je eraan kunt doen.

Waardoor ontstaat overgewicht?

Overgewicht komt van te veel eten en te weinig bewegen. Je moet dus zorgen dat er evenwicht is tussen wat je dier eet en hoeveel het beweegt. Hieronder hebben we op een rijtje gezet waar overgewicht door komt:

  • je dier beweegt te weinig;
  • te veel eten geven, bijvoorbeeld omdat je denkt dat je dier honger heeft of omdat je dier om eten bedelt;
  • veel tussendoortjes geven, waar vaak stoffen in zitten waar je dier dik van wordt;
  • een gecastreerd dier heeft minder eten nodig, dus als je na de operatie evenveel blijft voeren, wordt hij dik;
  • een ouder dier heeft minder eten nodig, dus als je evenveel blijft voeren, wordt hij dik;
  • minder goede gezondheid of pijnlijke gewrichten waardoor je dier minder kan bewegen;
  • medicijnen (bijv. tegen epilepsie) die overgewicht veroorzaken.
  • sommige rassen worden sneller dik dan andere rassen. Zoals bijvoorbeeld de hondenrassen Beagle en Labrador, en de Europees korthaar bij de katten.

Waar merk je het aan?

Dat je hond of kat te zwaar begint te worden, merk je aan de volgende dingen:

  • Je kunt zijn ribben bijna niet meer door zijn huid heen voelen.
  • Hij wordt sneller moe tijdens wandelen of spelen.
  • Hij krijgt het eerder heet, zeker in de zomer!
  • Hij heeft altijd honger.
  • Als je uit wandelen gaat, maken mensen opmerkingen dat je hond er zo “welvarend” uitziet, of de buurman maakt grapjes over de ronde vormen van je kat.

Om te weten hoe je dier eraan toe is, kun je hem ook bekijken en bevoelen.

Bekijken:

  • Als je van bovenaf op je hond of kat neerkijkt, moet het achter zijn ribben smaller worden.
  • Als van opzij naar hem kijkt, moet z’n buik achter de ribben omhoog lopen.

Voelen:

Zet je duimen zachtjes op de ruggengraat van je dier en spreid je handen aan beide kanten over de ribbenkast. Zonder erg te drukken moet je z’n ribben kunnen voelen. Maar als je z’n ribben zo kunt zien, is hij waarschijnlijk weer te mager!

Let op: als de hond of kat een dikke of lange vacht heeft, kun je al gauw denken dat hij te dik is terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Door te voelen zoals we hier aangeven, weet je het zeker! En als je toch twijfelt, dan kun je altijd de dierenarts om advies vragen.

Wanneer is er overgewicht?

Wegen

Om te weten of je dier te zwaar is, moet je hem eerst door de dierenarts laten wegen. Die kan je dan meteen vertellen wat je dier mag wegen om gezond te kunnen leven: zijn ideale gewicht. Als je dat weet, kun je het gewicht verder zelf in de gaten houden, door je dier regelmatig te wegen. Dat kan met een weegschaal voor mensen – voor kleine dieren gebruik je een keukenweegschaal. Wil hij niet stilstaan, dan kun je het dier in je armen nemen en samen op de weegschaal gaan staan. Daarna trek je je eigen gewicht weer af van het totaal en zo weet je wat hij weegt.

Te zwaar

Een dier heeft overgewicht als hij 5 tot 10 procent meer weegt dan zijn ideale lichaamsgewicht. Bijvoorbeeld een kat van 5,5 kilo, terwijl hij maar 5 kilo mag wegen.

Is een dier 15 tot 20 procent zwaarder dan zijn ideale lichaamsgewicht, dan noem je dat zwaarlijvigheid (met een duur woord ‘obesitas’). Bijvoorbeeld een kat van 6 kilo in plaats van 5.

Niet gezond

Overgewicht of zwaarlijvigheid is niet goed voor de gezondheid van je dier. Ook al ziet hij er juist heel gezellig en gezond uit. Slank is echt beter. Zo kunnen slanke honden wel twee jaar langer leven dan dikke honden. En zwaarlijvige dieren hebben meer kans op bepaalde ziektes:

  • Meer kans op suikerziekte dan slanke dieren.
  • De gewrichten slijten sneller.
  • Ze zijn vaak kortademig en kunnen minder lang bewegen dan slanke dieren.
  • Ze krijgen vaker last van vetbulten.
  • Ze hebben minder weerstand en kunnen dus sneller ziek worden en wondjes krijgen die minder goed genezen.
  • Ze hebben meer kans op huidproblemen.
  • Te zware moederpoezen of -honden kunnen problemen hebben als hun jongen geboren moeten worden. Soms lukt het niet en moeten de jongen met een operatie worden gehaald.

Wat doe je eraan?

Nieuwe regels

Je kunt verschillende dingen doen om je dier gezond en op het goede gewicht te houden.

  • Meer bewegen! Laat je dier maar ‘werken voor de kost’. Doe het voer bijvoorbeeld in een voerbal of in verschillende bakjes, zodat hij ernaar op zoek moet. Loop met je hond eens een extra blokje om of ga met hem fietsen. En spelen is ook bewegen! Er zijn genoeg ren-spelletjes, zoals frisbeeën of een bal of stok ophalen.
  • Geef je dier dieetvoeding. Daar zitten de voedingsstoffen in die hij nodig heeft, maar veel minder stoffen waar hij dik van wordt (calorieën).
  • Zorg er voor dat ook de buren weten dat je dier op dieet is, want anders probeert hij misschien om daar zijn extraatjes te halen!
  • Houd bij wat je aan tussendoortjes geeft. Kies zo veel mogelijk voor 'veilige' snacks waar weinig stoffen in zitten waar hij dik van wordt. Spreek met elkaar af dat maar één persoon hem mag voeren; dan weet je precies wat hij eet.
  • Weeg al het eten voordat je het geeft, dan weet je precies hoeveel hij krijgt. Voor veel dieren kun je het voer in kleinere porties opdelen en die verdeeld over de dag geven. Vraag de dierenarts om raad.
  • Laat je niet verleiden door een bedelende hond of kat als je met eten bezig bent. Zet hem anders gewoon maar even in een andere kamer.

Lekker bewegen!

Met je hond:

Als je weet waar je hond van houdt, kun je daarmee verder. De ene hond rent graag, de andere is weer dol op graven. Natuurlijk moet je niet teveel eisen van een hond die door ouderdom of pijn in zijn gewrichten niet zo snel of sterk meer is. Is een hond echt te zwaar, dan kun je beter met hem gaan zwemmen dan wandelen. In het water is hij lichter, waardoor hij minder snel last krijgt van zijn gewrichten en toch zijn spieren oefent. Je kunt hem het water inlokken met een bal of stok die blijft drijven. En als hij weer wat slanker is geworden en beter getraind, kun je ook met hem gaan fietsen. Je moet hem natuurlijk wel eerst leren hoe het is om naast de fiets te lopen. En je moet niet gelijk heel ver gaan, maar eerst korte afstanden en iedere keer weer een klein stukje verder.

Met je kat:

Katten kun je niet dwingen, die moet je uitdagen om iets te doen. Gebruik daarvoor kattenspeeltjes, bijvoorbeeld een hengel met een speeltje eraan, of voerballen. Laat je kat ‘werken’ voor zijn eten. Je kunt zijn voerbak in een andere kamer zetten of kleine beetjes voer op allerlei plekken in huis neerleggen, zodat hij op zoek moet.

Stapje voor stapje

Het is beter om je dier langzaam af te laten vallen, dus niet teveel in één keer! Zo is het mooi als een kat van 6 kilo ongeveer 60 gram (1 procent) per week afvalt. Dat is hetzelfde als een kilo per week voor een mens van 100 kilo.

Medicijnen

Soms lukt het niet om een dier af te laten vallen op de gewone manier. Dan kun je de dierenarts om medicijnen vragen. Die kun je geven in combinatie met bijvoorbeeld dieetvoeding. Maar de adviezen die we in dit stuk hebben gegeven, moet je ook blijven opvolgen om je dier slank te houden! Blijf je dier regelmatig wegen en pas de hoeveelheid voer zo nodig aan.

Veel succes!